Views
6 months ago

2020-26 Kerst

  • Text
  • Jaar
  • December
  • Binnenvaart
  • Onze
  • Schepen
  • Kerstspecial
  • Nieuwe
  • Schip
  • Feestdagen
  • Weer
  • Binnenvaartkrant.nl

48

48 Kerstspecial 15 december 2020 De nieuwe Equadrive, ontwikkeld in 2020. In samenwerking met Verhaar Omega. Wij wensen iedereen fijne Kerstdagen en een innovatief 2021! ® ELECTRIC PROPULSION SINDS 1938

49 Kerstspecial 15 december 2020 Kerstavond in de stal Een kerstverhaal door Willem Eerland Eigenlijk was het een lumineus idee geweest om met het nieuwe motorjacht, de Najade, van Rotterdam naar de grens te varen en het vandaar naar het Ruhrgebied te laten slepen achter een van de schepen van de rederij. Daarna zouden zij Keulen bezoeken, waar de heer Van Zweden voor zaken moest zijn. Vervolgens zouden zij dan voor stroom terug zakken naar Rotterdam. Eigenlijk een heerlijke zakenvakantie. Het zou de heer en mevrouw Van Zweden eens rust geven in hun, vaak turbulente, bestaan. Zo was het ook gegaan. Ze waren begin december, op eigen kracht, naar de grens gevaren en daar waren zij met hun jacht achter een sleep van hun eigen rederij geknoopt. Aanvankelijk vond mevrouw het saai maar langzamerhand waren zij toch wat meer tot elkaar gekomen. In Keulen had mevrouw kerstinkopen gedaan in de prachtige winkels en mijnheer had goede zaken gedaan. Hij had een prima contract losgepeuterd. Een of ander exclusief recht om staal van het Rurhgebied naar Nederland te vervoeren en kolen terug. Zij hadden de zakenrelatie uitgenodigd op hun jacht. Deze mensen, mevrouw en mijnheer Osterheimer, waren best wat gewend maar hadden hun ogen uitgekeken op het Nederlandse jacht. Zelf voeren zij met zeiljachten op de Oostzee, maar een motorjacht als deze hadden zij nog nooit gezien. Mijnheer van Zweden zwolg van trots. Ook hun zoon Erin, die aan boord was tijdens deze reis, werd in de complimenten betrokken. Erin studeerde in Leiden bedrijfskunde, maar had zijn hart verloren aan het water. Al vroeg was hij met zijn vader meegegaan tijdens de zeilwedstrijden en toen er een motorjacht kwam, was hij niet meer te houden. Eigenlijk kon de vaste jachtschipper Arie de Vreugd hem niet veel meer leren. Na de gezellige dagen in Keulen had de Najade koers gezet naar Rotterdam. In de afvaart ging dat natuurlijk op eigen kracht. Mijnheer Van Zweden had erop gestaan dat zij allen weer mee terug zouden varen. Ze hadden tijd genoeg, anders hadden zij natuurlijk ook gebruik kunnen maken van de spoorverbinding. Erin voelde zich als een vis in het water. Hij stond op de uitkijk of nam het roer over van schipper Arie. Mevrouw Constance van Zweden maakte zich zorgen. Haar zoon die zij zo goed had opgevoed, de beste scholen had laten volgen, leek het meer naar zijn zin te hebben hier aan boord dan in het milieu waar hij, gezien zijn afkomst, thuishoorde. Ze keek naar Erin. Hij stond aan het roer. Zij was trots op hem. Eigenlijk één brok Hollands Glorie, maar was hij nu de toekomst van de Fa. Van Zweden International NV? Hij studeerde bedrijfskunde maar leek meer op zijn overgrootvader, die nog kapitein was geweest op de grote zeilvaart naar Nederlands Indië. De Van Zwedens stamden uit een oud redersgeslacht die steeds meer overgegaan waren op de handel. Hij had, op een enkele uitzondering na, nooit naar meisjes omgekeken. Op de terugreis ging het tot aan de grens goed, maar toen was het gaan sneeuwen. Eerst zachtjes, maar allengs werden de vlokken dikker. Het zicht werd slecht en voorzichtig manoeuvrerend was er gekozen om de Nederrijn en de Lek af te zakken. Vanwege het slechte zicht werd er vastgemaakt en overnacht in Rhenen. Constance had haar mannen een goede maaltijd voorgeschoteld. Thuis kookte ze niet veel, daar had ze personeel voor, maar zij was het niet verleerd. Zo was het de dag voor Kerstmis geworden. Tot aan het stadje Wijk bij Duurstede, waar de molen van Ruijsdael zich als een oud- Hollandse kerstkaart aftekende, liep het nog redelijk voorspoedig, maar tegen de avond viel het zicht bijna weg. Zij besloten toch door te gaan. Ze hadden immers verplichtingen met de feestdagen. Natuurlijk konden zij niet uit de kerk wegblijven. Mevrouw zag het al voor zich: de belangrijkste kerkbanken leeg, naast andere prominenten, wat zouden de mensen wel niet zeggen. En dan het kerstdiner met hun vrienden, de belangrijke gasten uit de hoogste kringen, zeg maar de Rotterdamse elite. Toen ze hieraan dacht, maakte ze zich pas echt ongerust. Dit kon absoluut niet. Wat zou het huishoudelijk personeel wel niet denken. Uit Rhenen hadden zij nog getelegrafeerd, de situatie uitgelegd en het personeel opdrachten gegeven. Maar toch. Zij keek naar buiten en huiverde. Het was koud geworden en de oevers waren niet meer te zien. De haard in de salon kon het maar amper warm stoken. In de fraaie teakhouten stuurhut van het jacht stond Arie de Vreugd gespannen aan het roer. Arie was al op gevorderde leeftijd en had zijn leven lang gevaren. Nu als jachtenschipper bij de Van Zwedens had hij het eigenlijk goed naar zijn zin. Hij moest er netjes bij lopen en er verzorgd uitzien, daar niet van, maar verder werd er geen poespas verlangd. Maar dit, dit was eigenlijk gekkenwerk om zo door te gaan. Mijnheer Van Zweden had erop gestaan en dan deed je het, maar het bleef gekkenwerk. Wat Arie wel bewonderde was dat de Van Zwedens nooit te beroerd waren de handen uit de mouwen te steken. Zo stond mijnheer Van Zweden te kleumen naast de stuurhut, terwijl Arie voor het open raampje aan het roer stond. Regelmatig kwamen de natte flenzen van de grote sneeuwvlokken in zijn gezicht. De figuur voorop, zoon Erin, moest uitkijken. Hij was gelijk een sneeuwpop. Hij probeerde tevergeefs door de sneeuw te turen en was koud tot op het bot, maar in zijn hart genoot hij, dat wel. Dit was mooier dan het saaie studentenleven. Plotseling was het zicht gereduceerd tot nul. Erin wilde net naar achteren roepen, maar toen had Arie al besloten op Ook zag zij nu door de sneeuw heen het silhouet voor op de boeg staan. (Illustratie Willem Eerland) te draaien en te stoppen. Zo kon het niet doorgaan, dan maar zure gezichten. Plotseling ging er een hevige schok door het scheepje en in één keer lagen ze stil. Arie probeerde nog met de motor volle kracht achteruit los te komen, maar er zat geen beweging in het schip. Gelukkig was er bij de schok niemand overboord gevallen. Hoewel dat bij Erin niet veel had gescheeld; hij kon zich net op tijd vastgrijpen. Arie ging eerst in de motorruimte kijken of alles goed was. Er kwam water op de machinekamerplaten dus er moest een lekkage zijn. Tot zijn enkels in het ijskoude water probeerde hij het lek te traceren en gelukkig duurde het niet lang voor hij de plaats vond waar het water opwelde. Enkele klinknagels waren gesprongen. De stempel die hij maakte van vet en poetslappen, stopte de lekkage snel. Iets wat hij vroeger wel meer had gedaan. In dezelfde tijd hadden Erin en mijnheer Van Zweden in de salon de boel een beetje op orde gebracht. De kachel en de stoelen waren omgevallen en kasten waren door de schok opengeschoten. Eerst werd de kachel recht gezet en overigens was er weinig schade. Wel hing er rook in de salon en daarom stonden allen aan dek. Allen waren geschrokken en mevrouw Van Zweden was lichtelijk in paniek. Van Zweden nam na de eerste schrik de leiding: “Ik weet ook niet waar we zitten, maar er kan nu niets meer gebeuren. We zitten immers aan de grond, in ieder geval dichter bij de grond dan bij de hemel.” Juist op dat moment hoorden zij iemand roepen. Jan de Bruin zat te melken en maakte zich zorgen. Het had de laatste jaren niet meegezeten. Jan was een zoon van een keuterboertje in Klaphek. Een buurtschap ten Westen van Vreeswijk, waar lang geleden, in 1825, een dam was gelegd die de IJssel en de Lek scheidde. De grond was er nat en de pacht kon maar net verdiend worden. Het was er hard werken en het was voor zijn vrouw Maartje een te groot verschil met haar vroegere leven. Haar ouders waren tegen haar huwelijk en na haar trouwen had zij haar familie niet meer gezien. Zij klaagde niet, zij was inmiddels een pronte boerin en na een jaar kwam er een gezonde dochter en daar bleef het bij. Graag hadden zij nog een zoon gehad, maar dit had niet mogen zijn. Nog één keer was er contact met haar ouders geweest, maar met name haar vader hield zijn poot stijf. Hij zei geen dochter meer te hebben. Dit alles was bijna twintig jaar geleden. Bovenal miste Maartje haar moeder maar ze wist ook dat die niets tegen haar vader in durfde te brengen. Het dochtertje Elizabeth was opgegroeid als een jongen. Een echte wildebras die het op school erg goed had gedaan. Zij hielp haar moeder met het boerenwerk. Doorleren was er niet bij maar moeder Maartje had het voor elkaar gekregen dat Elizabeth in de avonduren nog wat lessen kreeg van de hoofdonderwijzer in Vreeswijk. Dat deed Maartje nog het Lees verder op pagina 51 >>

Binnenvaartkrant