Views
3 years ago

2016-04

  • Text
  • Binnenvaart
  • Jaar
  • Februari
  • Nieuwe
  • Schepen
  • Onze
  • Binnenvaartkrant
  • Maas
  • Alleen
  • Schip

De Binnenvaartkrant 4 16

De Binnenvaartkrant 4 16 februari 2016 BELANGSTELLINGSREGISTRATIE Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland Het maritieme cluster is van strategisch belang voor de regionale economie in de provincie Flevoland. Dit cluster is voor een belangrijk deel geconcentreerd in en om de bestaande haven van Urk. Maritieme ondernemers geven aan dat de beperkte (kade)ruimte in de bestaande werkhaven van Urk een belemmering is voor verdere groei van hun bedrijvigheid. Om groei van het maritieme servicecluster te faciliteren en de regionale werkgelegenheid te stimuleren overweegt de provincie Flevoland een buitendijkse maritieme servicehaven te realiseren bij de gemeente Urk aan de rand van de Noordoostpolder, de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland (MSNF). Beoogde locatie MSNF Een aantal maritieme dienstverleners heeft reeds interesse getoond om zich te vestigen op de nieuw te ontwikkelen MSNF. De provincie roept geïnteresseerde bedrijven en instellingen op zich te melden bij de provincie, opdat de provincie een beter beeld krijgt van de behoefte aan een dergelijk concept. Concept Het is de bedoeling dat de maritieme servicehaven zich zal richten op dienstverlening in de maritieme sector zoals scheepbouw, scheepsreparatie en onderhoud en aanverwante diensten zoals duikwerkzaam-heden, olie- en calamiteitenbestrijding en maritieme bergingswerkzaamheden. De servicehaven is niet bestemd als op- en overslagpunt in een logistieke keten. De beoogde locatie van de MSNF ligt ten zuiden van Urk. Voorwaarden Bedrijven die interesse hebben om zich te vestigen op de MSNF dienen te voldoen aan een aantal voorwaarden: De bedrijfsactiviteiten dienen te passen binnen het concept van de MSNF zoals hierboven beschreven; De bedrijfsactiviteiten dienen de regionale economie te versterken; Het bedrijf dient over voldoende stabiliteit en draagkracht te beschikken om een langdurige terreinafname aan te kunnen gaan. Vervolgtraject Nadat u interesse heeft getoond in vestiging op de MSNF kan de provincie met u in gesprek treden. Indien in dit gesprek blijkt dat u aan de gestelde voorwaarden voldoet, zal uw belangstelling geregistreerd worden. Aan de belangstellingsregistratie kunnen geen rechten worden ontleend. De inrichting van het vervolgtraject van de ontwikkeling van de MSNF is afhankelijk van de getoonde belangstelling en onderhevig aan besluitvorming. De provincie is gerechtigd om deze procedure te allen tijde te beëindigen en is daarbij niet gehouden tot enige vergoeding aan geregistreerde belangstellenden. Indien u interesse heeft in vestiging op de MSNF en hierover in gesprek wilt gaan met de provincie kunt u dit kenbaar maken aan: Provincie Flevoland, t.a.v. Sandra van der Vegt, Postbus 55, 8200 AB Lelystad. Alleen met geïnteresseerden die zich melden voor vrijdag 4 maart 2016 zal contact worden opgenomen. THE CONNECTING SPECIALIST Scheepsbouw vergt het uiterste. Opdrachtgevers willen het beste van het beste. Daar kunnen we ons bij TeamCo Shipyard helemaal in vinden. Want dat is nu juist waar wij ook naar streven. In de afgelopen jaren hebben we dat bewezen. In nieuwbouw en reparatie. Voor binnenvaartschepen, passagiersschepen en coasters. We noemen onszelf ‘Connecting Specialist’: specialist in het koppelen van uw wensen en doelstellingen aan slimme technische oplossingen. Op basis daarvan realiseren we hoogwaardige, veilige en rendabele schepen. Voor u, maar vooral samen mét u! TeamCo Shipyard BV Bakkersdam 1a 5256 PK Heusden T. +31 (0)416 665500 info@teamcoshipyard.nl www.teamcoshipyard.nl

De Binnenvaartkrant 5 16 februari 2016 “Binnenvaart moet lobby starten voor Platina III” Platina is het uitvoeringsprogramma van Naiades, het ambitieuze project van de Europese Commissie om vervoer over water te stimuleren. Platina I startte in 2008; vrijdag 5 februari 2016 was de afsluitende bijeenkomst van Platina II in het auditorium van het Scheepvaart & Transport College (STC) in Rotterdam. Namens de Europese Commissie leidde Dimitros Theologitis Platina I en II. Hij gaf op de bijeenkomst een duidelijke hint aan de binnenvaart om onmiddellijk de lobby op te tuigen voor een Platina III programma, dat in 2018 zou kunnen starten. Het project heeft 11 miljoen euro gekost. Naiades is als naam voor het project gebruikt, omdat Naiades in de Griekse mythologie zoetwaternymphen zijn. “Platina is als een lieve fee, die de implementatie van Naiades heeft ondersteund op het gebied van infrastructuur, IT, onderzoek en ontwikkeling, marktontwikkeling, River Information Services en human resources”, aldus Dimitros Theologitis. Sprekend over de resultaten van Platina II noemde hij een getal van 23, hoewel tijdens de bijeenkomst ‘slechts’ 6 mensen een presentatie gaven van die resultaten. Opleiding Rob van Reem van gastheer STC toonde zich heel tevreden over de concrete resultaten voor het onderwijs in de binnenvaart. De minimale eisen aan de opleiding van bemanningsleden zijn beter afgestemd op de werkelijkheid van alle dag. Mede dankzij een sterk verbeterde simulator bij het STC zijn theorie en praktijk beter op elkaar afgestemd. “Er was eerder geen omschrijving waar een simulator in de binnenvaart aan moest voldoen; er was geen standaard voor.” Die zijn er dus nu wel. “De leerlingen leren nu niet alleen hoe iets gedaan moet worden, ze leren het ook te doen.” Terloops kondigde hij ook de slotbijeenkomst voor opleiding en training van Edinna (Education in Inland Navigation – het Europese overkoepelende onderwijsinstituut) aan op 17 maart in Antwerpen. Toolkit Erwin van der Linden van het EICB liet zien hoe de IWT Greening Toolkit werkt. Deze toolkit is in website, waarop een schipper kan meten hoe zijn schip zou presteren op het gebied van efficiency, ADVERTENTIE Dimitros Theologitis. “Platina is als een lieve fee.” brandstofverbruik en uitstoot bij toepassing van verschillende retrofit-mogelijkheden (dus een bestaande motor zo modificeren en voorzien van filters et cetera dat met minder brandstof ook minder uitstoot wordt gerealiseerd). Met name een voorspelling over de terugverdientijd van deze milieuinvesteringen leidde tot kritische vragen uit de zaal. Directeur Hester Duursema van Koninklijke BLN- Schuttevaer vroeg of er al met banken was gepraat of die de terugverdientijd accepteren bij financiering. Daar moest Van der Linden het antwoord op schuldig blijven. Hij kreeg steun van een medewerker van het ministerie van Infrastructuur & Milieu, die aangaf dat deze toolkit bijdraagt aan de oplossing van een dilemma waar de sector mee kampt, namelijk de keuze tussen de verschillende mogelijkheden voor retrofit. “We blijven doorgaan met ontwikkelen en verbeteren van de toolkit.” Van der Linden: “Het is bedoeld voor het creëren van bewustzijn.” Externe kosten Het berekenen van de externe kosten van de binnenvaart wordt bemoeilijkt door het niet beschikbaar hebben van correcte emissiegegevens. “Er zit een groot gat in onze kennis van emissies in de binnenvaart”, vertelde Nathalie Dasburg van het STC, die de resultaten van dit onderzoek presenteerde. Een onderzoek dat overigens alleen de externe kosten van de uitstoot betreft, niet overige externe kosten. De emissiegegevens die wel beschikbaar zijn, werden gebaseerd op expertise van onderzoekers, niet op basis van metingen. Geprobeerd is om te komen tot het wettelijk verplichten om verbruiksgegevens af te geven, maar dat bleek een onbegaanbare weg. Aanbevolen wordt om toch maar gewoon te gaan meten, want goede informatie op dit gebied is noodzakelijk. Op de vraag van (opnieuw) Duursema hoe dit in het wegvervoer is geregeld, moest Dasburg het antwoord schuldig blijven. Dat was geen onderdeel van het onderzoek. Presentator Victor DeConinck kwam met de redding: “We vragen gewoon hoe Volkswagen het doet. Die zijn daar goed in.” Duursema vertelde dat een groep van 20 leden van Koninklijke BLN- Schuttevaer al bezig is met het verzamelen van hun data. De Oostenrijkse Milica Gcozdic van viadonau (de Oostenrijkse organisatie voor binnenvaart) gaf aan dat een Italiaans instituut momenteel bezig is met het inzamelen van gegevens over emissies in een vergelijkend onderzoek tussen de verschillende modaliteiten. 400 miljoen De twee parallelsessies in het tweede deel van het Platina-afsluitende symposium bij het STC betroffen enerzijds infrastructuur en nieuwe markten en anderzijds banen en vaardigheden, innovatie en de vloot. Tijdens die tweede sessie spitste de discussie over innovatie zich toe op de financiering ervan. Vergroening is (nog steeds) een belangrijke innovatie, maar wie gaat dat financieren? Voor nieuwe schepen zijn de eisen duidelijk opgeschroefd waar het vervuiling aangaat, maar hoe kan de bestaande vloot ook schoner worden gemaakt? Vanuit de zaal werd gesuggereerd om het Reservefonds aan te spreken, het inmiddels beruchte ‘potje’ dat in Brussel voor de binnenvaart is gereserveerd, met restgeld van de sloopregeling. Dat zou echter nog amper 30 miljoen euro betreffen, en dat zou verre van genoeg zijn voor een totale vlootvergroening. Gert Mensink van het ministerie van Infrastructuur & Milieu legde uit dat al is berekend dat het 400 miljoen kost om alle bestaande schepen boven 85 meter aan te passen, waardoor een 80% vermindering van de uitstoot van SOx en fijnstof zou kunnen worden gerealiseerd. Theologitis relativeerde dat bedrag wat in verhouding tot het enorme miljardenbudget dat alleen al in infrastructuur wordt gestoken. Het is zijn indruk dat de binnenvaart moeite heeft met het toucheren van de voordelen die de hulpprogramma’s in ‘Brussel’ bieden. De workshop over infrastructuur leverde op dat de binnenvaart vooral baat heeft bij betrouwbare infrastructuur, waarbij ‘infrastructuur’ breed moet worden gezien, inclusief de terminals en bijvoorbeeld de spoorverbindingen. Voor de uitbreiding van de markt is er nog veel potentieel, waarbij niet alleen op de grote verladers moet worden gefocust, ook op de (vele) kleinere en op de salesmanagers en de logistieke inkoopmanagers. En de continentale markt biedt grote mogelijkheden. Dat was ’s morgens ook al aan de orde gekomen tijdens de presentatie van Paul Lambrechts van Promotie Binnenvaart Vlaanderen. Nieuwe lading Voor de binnenvaart ligt er nog een hele markt open in het continentale vervoer. Dat vertelde Paul Andreas Beck wordt door Dimitros Theologitis bedankt voor zijn inzet als coordinator van Platina II. Lambrechts van Promotie Binnenvaart Vlaanderen. Uit het Platinaonderzoek blijkt dat er echter een paar blokkades zijn, waardoor het continentale vervoer per binnenschip niet van de grond komt. “Vraag en aanbod lijken elkaar niet ADVERTENTIE Speedheat is de beste verwarming voor aan boord ! Onze ervaring Meer dan 620 binnenvaartschepen | vakkundige installatie Ons systeem 100 % veilig, flexibel, CE Certificering, fabricage volgens Iso 9001:2008 Onze organisatie 25 jaar beproefde kwaliteit, landelijk werkend netwerk Meer weten ? Bel +31 (0)117 40 15 00 of +31 (0)6 202 507 29 te bereiken.” Het probleem is al heel lang bekend: bij vervoer over het continent zijn de goederen verpakt op pallets van bepaalde afmetingen, waar ‘iedereen’ mee werkt. Die pallets passen niet precies naast elkaar in een zeecontainer, dus die box kan daar niet voor worden gebruikt. Dat kan wel in 45 voets pallet wide containers (de naam geeft dat ook al aan), maar daar werken alleen shortsea-rederijen mee. Die zijn niet breed beschikbaar voor continentaal vervoer (behalve per shortsea-schip). Er is één voorbeeld waar het wel is gelukt om continentaal vervoer aan te trekken en dat is in de samenwerking tussen terminalexploitant BCTN en binnenvaartrederij Danser Group. Sinds 2014 hebben die eigen containers ingezet en zo kunnen ze hun schepen nog effectiever inzetten door deels continentaal te vervoeren. Suikerbieten Gcozdic hield een voordracht over de talrijke verschillende ladingsoorten die mogelijk kunnen worden verschoven van de weg naar het water in de omgeving van de Donau. Er was één ladingsoort die volgens dit onderzoek absoluut niet in aanmerking komt voor vervoer per schip, omdat het in los gestorte vorm teveel zou beschadigen in het scheepsruim, en dat zijn suikerbieten, aldus Milica Gcozdic. Menigeen in de zaal dacht dat ze een grapje maakte. Dat was niet het geval. www.speedheat.nl

Binnenvaartkrant