Views
1 year ago

2011-14

  • Text
  • Schip
  • Jaar
  • Binnenvaart
  • Nieuwe
  • Rotterdam
  • Juli
  • Binnenvaartkrant
  • Onze
  • Weer
  • Twee

De Binnenvaartkrant 30 5

De Binnenvaartkrant 30 5 juli 2011 Wij feliciteren Vekaborg B.V. van harte met het mts Vekaborg I. v a a r t ! b e h o u d e n www.cornetgroep.nl Maritieme betimmeringen en interieurbouw Olie- en brandstoffiltratie e e n

De Binnenvaartkrant 31 5 juli 2011 Ruud Oorburg zegt Rotterdamse haven vaarwel Ruud Oorburg is met pensioen gegaan bij Havenbedrijf Rotterdam. De Dordtenaar was als adviseur bij de Divisie Havenmeester Rotterdam onder meer verantwoordelijk voor nautische zaken in de haven. Op zijn afscheidsreceptie op 23 juni kwamen bijna 150 mensen uit de haven en de binnenvaart hem uitzwaaien. De kans is groot dat ze Oorburg in de toekomst nog regelmatig tegenkomen: als voorzitter van de CCV-examencommissie en als trouw bezoeker van de (jaar)vergaderingen van Koninklijke Schuttevaer. Daarnaast is hij een nautisch adviesbureau gestart (Oorburg Nautical Consultancy) om zijn kennis en ervaring op aanvraag beschikbaar te stellen. “Niet fulltime hoor”, haast hij zich te zeggen. “Ik kijk wel wat er op mijn pad komt. Het moet niet in werken ontaarden”, lacht hij. De receptie was aan boord van het partyschip Thalassa, dat die middag lag afgemeerd in de Rijnhaven. Ruud Oorburg wordt in januari pas 65, maar kon een half jaar eerder stoppen. “Per 1 juli. Een mooie datum, want ik ben ook op 1 juli bij het Havenbedrijf begonnen, in 1980.” De jaren daarvóór – sinds hun trouwen in 1969 – hadden Ruud en zijn vrouw Biena gevaren; de eerst drie VTS-medewerker Teus Burger (links) was een van de vele collega’s die afscheid kwam nemen van Ruud Oorburg en zijn echtgenote Biena. (foto Dick van Nielen) jaar hadden ze een 400-tonner en daarna bezaten ze acht jaar een dortmunder (ms Renovatio). “Destijds was dat met 900 ton een flinke jongen; nu is het een roeiboot.” Steigers en kades Zijn eerste functie bij het toen nog Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam was die van brugwachter. “Na twee maanden wist ik: ‘Dit is niks voor mij.’ Vergis je niet: brugwachters doen belangrijk werk, maar ik vond het hartstikke saai.” Hij verhuisde naar de kapiteinskamer. Zes jaar later werd Oorburg regionaal verkeersleider; eerst op de radarcentrale Botlek; later op de centrale Stad. Sinds 1993 werkte hij als adviseur bij de Divisie Havenmeester Rotterdam, al heette de afdeling destijds anders. Maar altijd draaide het om infrastructuur en scheepvaart. “Uiteenlopende nautische zaken: van het ontwerp van steigers en kades en dieptes van havens en vaarwegen. Het kwam vaak goed uit dat ik zelf gevaren had; ik kon me gemakkelijk voorstellen hoe schippers tegen een situatie of plan aankeken. Ook doordat ik zelfstandig ondernemer ben geweest. Je spreekt dezelfde taal.” Overleg met zijn oude collega’s voerde Oorbug onder andere in de WBR. Hoewel hij de digitale communicatiemiddelen handig vindt, is hij voorstander van écht contact. “Vis-à-vis werkt vaak beter. Je geeft en krijgt meer terugkoppeling als mensen weten wie ze tegenover zich hebben.” Patenten Een van de laatste grote projecten waaraan hij meewerkte, is de ombouw van Maas Silo tot Botlek Tank Terminal. Een operatie die in 2007 begon en tot 2014 doorloopt. “Daarvoor zijn stukken van de haven gedempt en komen er nieuwe laad-/en lossteigers. Ik heb me vooral beziggehouden met de gevolgen voor de scheepvaart en of de schepen er straks nog veilig kunnen komen en manoeuvreren.” Hij heeft z’n patenten tot Basel altijd verlengd en greep ook zo nu en dan de kans aan om te varen. “In m’n vrije tijd bracht ik weleens coasters van Rotterdam naar het Ruhrgebied.” In augustus vaart hij een keer als gast mee met de Marla van Danser Container Line. “Dat heb ik geregeld met Ad Schroot. Op en neer naar Basel. Het is al weer een jaar of tien geleden dat ik dat traject heb gevaren.” Ruud Oorburg verheugt zich er nu al op. Voor een (ex-) schipper blijft het water altijd trekken. Een CO2-neutrale teamprestatie DOOR JOHAN DE WITTE Shipyard Trico heeft de ambitie binnenvaartschepen toekomstbestendiger te maken, door te kijken of de belasting op het milieu verminderd kan worden. Een manier is om de ‘common practices’ eens tegen het licht te houden om te zien of er ruimte voor verbetering is. Hoog tijd dus om eens na te denken over verwarming. Wanneer motorwarmte niet wordt hergebruikt voor woningverwarming aan boord, is er jaarlijks voor een groot schip met 170 m² woning, een bos zo groot als zes voetbalvelden met 1250 bomen ter compensatie nodig. Op jaarbasis is daar 50 ton CO 2 mee gemoeid. Bij een gemiddeld schip consumeert het aggregaat jaarlijks 21 m³ voor vloerverwarming. Bij een groot schip loopt het verbruik op naar 33 ton x 600 euro, wat een gat slaat van 19.800 euro in de portemonnee, plus 85 ton CO 2 per jaar die onze aarde opwarmt. Cijfers waar je van schrikt! Warmtewisselaars Het kan anders: bij vol vermogen dumpt een generator al 56 kW aan warmte in een beunkoeler. De hoofdmotor vermenigvuldigt dit getal in verhouding pk’s. Door een vloeistof in het woningverwarmingssysteem rond te pompen waarvan de temperatuur door een warmtewisselaar wordt gegenereerd is een pomp van 750 W nodig, die op jaarbasis slechts 1 m³ gasolie (foto’s Johan de Witte) kost. Shipyard Trico rekent voor dat vloerverwarming een vermogen heeft van 140-160 Watt per m². In de stuurhut verhoogt zich dat naar 200 Watt. Dit houdt in dat bij een gemiddeld schip 16 kW aan vloerverwaming ligt en 25 kW op een groot schip. De Somtrans XXIV is het eerste schip bij Shipyard Trico dat wordt uitgevoerd met een oud systeem in een nieuwe jas: de warmtewisselaar! Teamprestatie Dit warmtewisselaarsysteem lag niet kant-en-klaar in de supermarkt. Overeenkomstig het karakter van installatietechneut Robert Meuzelaar is uitdaging doen – en hij ging aan de slag. Robert ontwierp een basismodel om de pvc-slangen in te bedden. Dekte zijn prototype af met een plaat multiplex en testte dit thuis uit onder de douche. Timmerbedrijf Verveer gaf er eveneens een waardevolle input aan, door het grondpatroon in geluiddempend materiaal te leveren én uit te voeren. Ronald Hamstra trad in de voetsporen van Willy Wortel en nam meet- en regeltechniek voor zijn rekening. Ook regelde hij de back-up door elektrische elementen in het systeem te plaatsen, indien de generator of motor wegens veiligheid niet mag draaien. Natuurlijk is bij leverancier Veth de koelwaterwarmteproductie van de Sizu-aggregaten voor de thermostaat gemeten voor de capaciteitsberekening. Blokland leverde zijn beunkoeler en Peter Snijders en medewerkers van Shipyard Trico regisseerden het team, met als resultaat een degelijke, duurzame, CO 2 -neutrale verwarmingsinstallatie. “De prijs ligt niet hoger dan die van andere systemen. Strikt genomen zijn de kosten van dit eerste ontwerp hoger omdat we met name een aantal zekerheden hebben ingebouwd die bij een volgende uitvoering waarschijnlijk overbodig Onderzoeksraad: “Stabiliteit Fairplayer 22 was niet in orde” zijn. Als Shipyard Trico willen wij graag een energielabel plakken op een door ons geïnstalleerd schip”, aldus een door innovatie gedreven Peter Snijders. De Onderzoeksraad voor Veiligheid waarschuwt dat de stabiliteit van de zusterschepen van de Fairplay 22, die op 11 november 2010 kapseisde, mogelijk niet in orde is. De raad kwam met een tussentijdse aanbeveling voor de rederij om de andere slepers te controleren en indien nodig aan te passen. Gebleken is dat water de machinekamer in kan stromen via de ventilatieopeningen als de boten scheef liggen. Uit onderzoek van de Fairplay 23, blijkt dat bij “een hellingshoek van (beduidend) minder dan 60° water kan binnenstromen via de ventilatieopeningen van de machinekamer. Bij de gekapseisde Fairplay stond op het moment van het ongeval bovendien een deur open op het werkdek.” Aldus de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

De Binnenvaartkrant