Views
1 year ago

2011-04

  • Text
  • Binnenvaartkrant
  • Februari
  • Jaar
  • Nieuwe
  • Binnenvaart
  • Onze
  • Waar
  • Nederland
  • Schip
  • Rotterdam

DE BINNENVAARTKRANT De

DE BINNENVAARTKRANT De Binnenvaartkrant 40 15 februari 2011 Special 15 februari 2011 LOBITH-TOLKAMER 18 Slagerij Voss: met goud bekroond DOOR HANS HEILIGERS Toen een van de collega’s op de redactie hoorde dat ik in Tolkamer op bezoek was geweest bij Marc Voss, werd mij verweten dat ik dit niet had aangekondigd: ik had voor haar van alles moeten kopen. Geweldig als je ondernemer bent en je naam zelfs op afstand wordt genoemd in samenhang met de kwaliteit van het vlees dat je levert. Ook als wij de slagerij binnenstappen hebben we het idee dat we in smulpapenland zijn aangekomen. Mooi vlees, snijwaren, salades, worden in de vitrines overzichtelijk gepresenteerd. Te veel om op te noemen en te veel om te kiezen. Even later zitten we enkele kleinere niveaus lager in het traditionele pand aan de Rijnstraat 10 in Tolkamer. Marc Voss zal ons bijpraten over de verbondenheid van Slagerij Voss met zijn binnenvaartklanten. Als we een tijdlijntje trekken moeten we teruggaan naar 1933 toen Marcs overgrootvader met grootvader de slagerij begon. Marc Voss in zijn winkel. (foto Hans Heiligers) Keurslager Bijna automatisch schrijven wij ook al de naam van Marcs vader in het rijtje van de generaties die het slagersvak in Lobith hebben uitgeoefend. “Maar daar hoort toch nog een kleine aantekening bij”, zegt Marc. Vader had reeds als 17-jarige het mulo-diploma op zak. Daarmee zwaaide op enig moment de deur van het ontvangstkantoor voor hem open toen hij daar op die leeftijd in dienst trad. In zijn vrije tijd hielp hij vaak een handje mee in de lokale horeca, ook bij het naast de slagerij gelegen hotel. Uiteindelijk nam hij toch het besluit om de zaak van zijn vader over te nemen. We schrijven 1980 als hij op zijn 34e als ontvanger van het kantoor die zelfde deur weer sloot om met directe ingang ontvanger te worden van klanten van de slagerij. Stempels en carbonpapier maakten plaats voor een eigen messenset en een mooie witte jas. De kneepjes van het vak werden snel geleerd en de zaken liepen naar tevredenheid. Zo goed zelfs dat er in dat jaar een flinke verbouwing werd gerealiseerd. Een tweede verbouwing kreeg zijn beslag in 1985. In 1994 begon Marc Voss in de zaak, hij had zijn vakdiploma inmiddels op zak. In het zelfde jaar werd de derde verbouwing gerealiseerd en ging verder onder de naam Keurslager. Service Centrum Lobith Marc Voss heeft een passie voor rundvlees dat de toets van de hoogste waardering kan doorstaan. Hij selecteert zelfstandig het vlees van runderen die in de weilanden bij Twentse boeren speciaal worden gefokt en gemest. Denk daarbij aan het ras van de Blonde d’Acuitaine. Het vlees daarvan krijgt in de Franse gastronomie de hoogste waardering. En dat geweldige vlees wordt iedere dag door Marc Voss vers gesneden voor zijn klanten. Via de service van Spar Gerritzen worden zelfs met grote regelmaat de bestellingen bezorgd bij het Service Centrum Lobith. Daar wordt het in de koeling gereed gezet of via een van de serviceboten aan boord gebracht tijdens het bunkeren. Als onze schepen moeten worden gekeurd, wordt daar ruim te voren een afspraak voor gemaakt. Marc Voss vertelt ons dat het bij hem toch iets anders werkt. Slagerij Voss krijgt evenals de andere aangesloten keurslagers meerdere malen per jaar onaangekondigd bezoek. Er wordt daarbij op veel zaken gelet. In de eerste plaats en als vanzelfsprekendheid wordt gecontroleerd op het gebied van de hygiëne en de kwaliteit. Daarna wordt met het zelfde strenge oog gekeken naar de representatie en de uitstraling van de winkel met het keurslagerslogo. Dat onderdeel is heel breed en loopt door van het verpakkingsmateriaal tot de kleding van de medewerkers van de slagerij. Naast Marcs echtgenote Marga Bokhoven zijn er nog drie medewerkers. Rookworst Vorig jaar is er tijdens zo’n onaangekondigde inspectie een monster meegenomen van het rundergehakt. Met een cijfer van 8,5 was de waardering daarvan ruim voldoende. Ook de rookworst van Marc Voss mag niet ontbreken op uw boodschappenlijstje deze winter. Het familierecept was goed voor een gouden bekroning. Niet alleen de smaak is bepalend maar ook het uiterlijk en de daaraan verbonden aantrekkelijkheid. Een rookworst wordt twee maal gekeurd en bekeken, zowel ongekookt als gekookt. De kleur van de darm moet mooi en glimmend zijn, het bekende rood-wit gekleurde touwtje moet de juiste afmeting hebben, wanneer de worst wordt doorgesneden moet er een egaal snijvlak zijn. U bent weer op de hoogte en wellicht zult u daardoor net als wij toch met iets meer respect tegen het logo van de Keurslager aankijken. Hoe lang is de Rijn? DE BINNENVAARTKRANT OP >> Vervolg van pagina 39 Historicus Ben Janssen gaat verder: “Men telt de lengte van Rijn tegenwoordig ook via de Waal, onder het motto: het is allemaal Rijnwater. Maar het grote probleem zit in de laatste kilometers. Tellen we de lengte tot aan de zee, tot aan het eind van de Maasvlakte, of houden we op daar waar de Waal zich verenigt met de Maas. Want in de eindspurt wint het matige regenriviertje Maas het van Waal en Rijn en stroomt fier als Maaswater door de stad Rotterdam...” Die vragen gaan ons voor dat moment even te ver. We willen met Maria Janssen ook nog uitgebreid spreken over het Tolhuis, het Pannerdensch Kanaal, het Bijlands Kanaal en nog veel meer zaken die we moeten weten als we dat water bevaren. En uw eigen chroniqueur kreeg met de reactie van dr. Ben Janssen ongewild wat extra kopzorgen toebedeeld bij zijn lopende stamboomonderzoek. Waar moet hij nu zijn over-overgrootouders Van Rhijn gaan zoeken? twitter.com/BVK_binnenvaart

DE BINNENVAARTKRANT De Binnenvaartkrant 41 15 februari 2011 Special 15 februari 2011 LOBITH-TOLKAMER 19 Service Centrum Lobith: hechte band met klant DOOR HANS HEILIGERS Tijdens het plannen van onze afspraak voor een interview konden we niet weten dat er op die dag weer een (voorlopige) recordhoogwaterstand op het lijstje van 2011 kon worden bijgeschreven. Met een stand van 15,20 meter boven NAP bleef deze onder de historische stand die in januari 1995 werd bereikt. Toen stond het water 16,68 meter boven NAP. Ook toen Alwin Slurink in 2003 op het Service Centrum Lobith begon moest hij voor zijn auto een bovendijkse parkeerplaats zoeken. En net als toen stond ook het kilometerbord 862 voor meer dan de helft in het water. In dat jaar werden zelfs twee records genoteerd: niet alleen van 15,73 meter boven NAP voor het hoogwater in januari maar ook een laagwaterstand in september van 6,90 meter boven NAP. Vooruitziende blik Als we de Europakade opstappen zien we de kracht van de natuur en hebbenwe even nodig om te beseffen wat een gigantische watermassa’s er in een razend tempo langs het Service Centrum Lobith worden gejaagd. De brug waarmee je bij een gewone waterstand aan boord stapt, is groot en breed maar ligt nu voor het grootste gedeelte onder water. Op de plaats waar hij in het water steekt hoor je de stroming zuigen. Herman Slurink heeft met een geweldige vooruitziende blik in ‘vredestijd’ bedacht dat er toch maar eens een stevige noodbrug naar de wal moest komen als noodvoorziening voor als het onverhoopt opnieuw extreem hoog water zou worden. Terwijl wij even wachten op de afronding van een telefoongesprek Hoog water bij Service Centrum Lobith. (foto’s Hans Heiligers) Herman Slurink verzon de verdienstelijke hoge noodbrug. van Alwin Slurink maken we kennis met Mario Korving en Hennie Bloem die daar reeds geruime tijd in dienst zijn. Als we vragen of zij iets weten van de periode die op het gebied van bunkering voorafging aan de vestiging in 1995 van het huidige Service Centrum Lobith dan horen we de namen van Calpam, Drenth, Jongevos en Stol. Voordat we verder kunnen spreken worden we uitgenodigd op het kantoor op de bovenverdieping waar Alwin Slurink en zijn collega’s hun kantooruren doorbrengen. En die uren zijn nooit voorspelbaar, dat geldt voor ieder die tot het clubje van 24/7 hoort. “Maar wel met heel veel plezier en met veel gevoel voor onze dienstverlening aan onze klanten”, zegt een joviale en enthousiaste Alwin Slurink. Drie broers Samen met zijn broers Bert en Rob gaat hij op gedreven en innovatieve wijze om met de instandhouding van de oersterke en immer maritiem gelinkte naam van Slurink. De wortels van die ondernemersgeest gaan terug tot 1850 toen Pouwel Slurink rond de Sluis in Zwartsluis werd opgericht. Vanwege de zeilvaart in die tijd moeten we dan denken aan zeil en tuig. Toen de zeilvaart voorbij was, begon de periode van het bevoorraden van motorbrandstof. Rond 1950 voer er in Zwartsluis een olieboot waarop Herman Slurink voer, de vader van de drie broers. Inmiddels hebben de broers bunkerstations in Amsterdam, Dordrecht, Hansweert, Vlissingen, Zaltbommel en het Service Centrum Lobith, waar we aan tafel zitten. We horen van Alwin Slurink dat daar sinds 1995 de bekende vlag met de twee bolders en de witte zwaan in top hangt. Veel zaken werden toekomstgericht aangepast en dat resulteerde in de nieuwbouw van het huidige Service Centrum, dat in 1998 langs de Europakade werd verankerd. De toenemende bedrijvigheid rechtvaardigde een nieuwe investering. Sinds 2009 ligt er een volwaardig tweede nieuwbouwbunkerstation langs de ruim 200 meter tellende steiger. Tegelijkertijd kunnen daar twee schepen van 110 meter worden gebunkerd. Voor de bediening van de varende klant liggen er drie bunkerschepen, de Service 3, de Service 4 en (inderdaad) de Service 5. Terwijl er wordt gebunkerd en de smeermiddelen worden overgezet, kan de winkel worden aangedaan waar alles te koop is vanaf een verfkwast tot een stijlvolle stuurstoel of volgboot. Ook op het gebied van elektronica, communicatie en navigatie is er voldoende keus. Goede band En passant vertelt Alwin Slurink dat de Pouwel S, het eigen 110 meter dubbelwandige bunkerschip, de dag hiervoor een nieuwe voorraad heeft afgeleverd. Tot dat moment hebben ze aardig en nog hoger liggen dobberen. Overigens heeft Alwin het dan wel over de per januari van dit jaar verplichte laagzwavelige brandstof ULS (ultra low sulfur) van10 ppm. “Voordat we onze tanks voor het eerst met die nieuwe brandstof vulden, hebben we alle tanks op de juiste wijze laten cleanen”, geeft de kwaliteitsbewuste Alwin Slurink ons nog mee. Hij heeft een goede band met zijn klanten en wil dat graag zo houden. Een eindje verderop vinden wij het bewijs van de (over-en-weer) betrokkenheid met klanten in de vorm van allerlei kaarten op een prikbord. Rouwen, trouwen en kindjes die geboren zijn. Het Service Centrum Lobith wordt door menige klant als vanzelfsprekend betrokken bij situaties in de persoonlijke sfeer. Een (h)echte band... De Wacht am Rhein heeft al veel gezien DOOR JOHAN DE WITTE Of de deur van tapperij, pension, eetcafé Wacht Am Rhein klemt van regen of de Rijn is onbelangrijk, in Tolkamer bepaald het water de cyclus van leven, meer dan de seizoenen. Herwen Aerdt 16 februari 1882 – Aan Martinus Teunissen, van beroep tapper en winkelier in de Wacht am Rhein, verleent de gemeente vergunning voor het schenken en verkoop van sterken drank. Terwijl de koffie pruttelt, snuiven we met ‘dichte ogen’ de sfeer van 129 jaar café in ons op. Authentiek, zo min mogelijk van onze tijd. Precies zoals de huidige uitbaters, Sonja en Patrice Papenborg dat proberen vast te houden. Donkerbruin is het kenmerk! Met vaart door de tijd zien we in de Sonja Papenborg. (foto Johan de Witte) sixties en seventies Theo Gerritsen en broer Frans achter de bar van het legendarische Wacht Am Rhein. Nadien nam de familie Smeets de wacht over. Kasteleins vol humor, altijd in dialoog met klanten. Markante persoonlijkheden tussen schippers, toeristen en kooplieden, met ambiance als uitkomst. De hoeveelheid ‘tol’ die je betaalde lag aan karakter x dorst. Of je nog varen moest of hoe verlangend de overige opvarenden naar de terugkomst van de in- of uitgeklaarde ondernemer uitkeken, was bepalend voor het tijdstip van vertrek. Terug aan boord met lekkers, krant, post en een goede mop in de bagage, verstevigde het alibi! De Rijn, schepen en haar varenslieden waren beste klanten. Jan van Elshout En dan ben je zoals Sonja deels in de schaduw van het Zwijndrechtse Noordpark opgegroeid, kijkt wat in de wereld rond, vaart vier jaar op het passagiersschip Jan van Elshout – vroegere Rhenus 128, weet ze nog – en strijkt in Tolkamer neer om er nooit meer weg te gaan. “Behalve”, zegt ze “later willen Patrice en ik vanaf een bootje Europa zien.” Sonja vindt dat water beweegt en daarmee bedoelt ze geen eb en vloed. Het zit filosofisch diep. “Ik heb het hier sinds 1998 naar mijn zin. Soms is dit café een buurthuis. We hebben drie kamers en acht slaapplaatsen. Voor onze keuken komen mensen terug en het is hier nog steeds gezellig.” “Mijn man Patrice heeft van het kasteleinsvak nog veel van Theo Gerritsen geleerd, evenwel is hij elektricien bij de firma Droste. Gister nog ging er zo’n grote suppleyor waaraan hij werkt, bij Scheepswerf De Hoop te water. Natuurlijk ben ik er dan bij, dat is gebruikelijk in Tolkamer.” Het was lekkere koffie. Opnieuw stoeit de deur met zijn drempel, het heeft wel karakter, evenals de bazin!

De Binnenvaartkrant