Views
2 years ago

2011-04

  • Text
  • Binnenvaartkrant
  • Februari
  • Jaar
  • Nieuwe
  • Binnenvaart
  • Onze
  • Waar
  • Nederland
  • Schip
  • Rotterdam

DE BINNENVAARTKRANT De

DE BINNENVAARTKRANT De Binnenvaartkrant 34 15 februari 2011 Special 15 februari 2011 LOBITH-TOLKAMER 12 Pannerdensch Kanaal redde in feite DOOR HANS HEILIGERS Om te voorkomen dat we door ons veel te mager rapportcijfer voor geschiedenis al te snel de bocht uitvliegen met een te hoog gehalte ongecontroleerde berichtgeving zitten we aan tafel bij Maria Janssen. Maria voert het secretariaat van de heemkundekring Rijnwaarden. Echtgenoot Popko Snip weet na 25 jaar werken op het Calpam-bunkerstation eveneens veel te vertellen. Wij hebben Maria gevraagd of ze voor ons met grote stappen door de geschiedenis wil gaan van de tolhuizen, het reeds in 1707 met de hand gegraven Pannerdensch Kanaal, het Bijlands Kanaal en nog veel meer. Maria Janssen en Popko Snip bij de Schipperspoort. (foto’s Hans Heiligers) De geschiedenis van een streek of plaats vermeldt nooit alleen periodes van groei en bloei. Meer dan eens verschijnen er ongevraagd ook wel eens minder plezierige tijden langs de horizon. Ook de omgeving van Lobith en Tolkamer heeft zo’n bewogen geschiedenis. Wel is het zo dat de dorpen door hun strategische ligging en de tolheffing meer geschiedkundige belangstelling kregen dan een gemiddeld dorp. Daarom is er dan ook zo veel meer over te vertellen. De geschiedenis van de tolheffing gaat terug naar de tijd rond 1220. De eerste melding daarvan is verbonden aan de plaats Lobede, waar onderaan de Eltenberg de rivier stroomde en splitste. Nergens laten grote rivieren zich leiden, zo ook op die plaats niet. Ruim honderd jaar later wordt begonnen met de bouw van een nieuw tolhuis, ruim een kilometer verderop van de oorspronkelijke plaats. Het was een groot kasteel met een zeer indrukwekkende toren. Tolhuis Dit tolhuis/kasteel heeft tijdens de 80-jarige oorlog met de Spanjaarden (1586-1648) nog gediend als hoofdkwartier van de prinsen Maurits en Frederik Hendrik. De locatie van de aanpalende gebouwen en huizen rond het kasteel wordt in de kronieken vermeld onder de naam Lobith. Nog maar net verlost van de Spanjaarden steken in 1672 maar liefst meer dan 120.000 Fransen bij laag water op simpele wijze de Rijn over. Het Tolhuis werd door de Fransen in brand gestoken en totaal verwoest, alleen de dikke toren heeft het nog een paar eeuwen overleefd. Het poortje waardoor de Rijnschippers het pad naar het oorspronkelijke Tolhuis beklommen is er nog steeds: het is bekend onder de naam Schipperspoort en staat schuin tegenover het huis van Maria en Popko. Mobile: +31(0)6 51346969 • E-mail: rijndecshipbuilding@shipconstruct.com Berenicestraat 23 • 6916 BS • T:+31(0)316 541201 • F:+31(0)316 541448 PO Box 4 • 6916 ZG • Tolkamer • Netherlands

DE BINNENVAARTKRANT De Binnenvaartkrant 35 15 februari 2011 Special 15 februari 2011 LOBITH-TOLKAMER 13 Neder-Rijn en IJssel “En dat betekent”, zegt Maria Janssen, “dat ons huis is gebouwd op de plaats van de slotgracht van het kasteel.” Het bleven roerige tijden en de schrik over een compleet leger dat te voet de Rijn kan oversteken, is diep geworteld. Samen met de door verzanding steeds verder gewijzigde loop van de Rijn ontstaan plannen voor het graven van een kanaal dat hoofd biedt aan de dichtgeslibde mond van de Neder-Rijn en een goede balans tot stand brengt tussen de afvoer van het Rijnwater naar de Waal, de Beneden-Rijn en de IJssel. En...dat tevens defensief respect afdwingt voor toekomstige vijanden. Goed bevaarbaar Nadat er een stevige financiële strijd met alle provinciën was afgerond werd in 1707 het met hand- en paardenkracht gegraven Pannerdensch Kanaal in gebruik genomen. Het kanaal kreeg een lengte van 6 kilometer. Dat was in die tijd een nog nooit eerder vertoond. Denk alleen al eens wat er uit landmeetkundig en logistiek perspectief bedacht en verzet moest worden. Met de schep de door kwelwater vaak extra zware grond in een kar scheppen die met 1 pk naar boven werd gebracht. Toch werden op deze manier de Neder-Rijn en de IJssel door het Pannerdensch Kanaal gered en opnieuw goed bevaarbaar, tot meerdere glorie van de vaart op Duitsland vanuit Rotterdam en Amsterdam. Waar staat dat standbeeld voor de bedenkers en de mannen die daar hebben gegraven? Een klein nadeel was wel dat ze rond de Alblasserwaard meer dan eens met natte voeten zaten maar daar werd door knappe ingenieurs en een flink aantal molens een goede oplossing voor gerealiseerd. Nog een paar honderd jaar wachten en via de toeristen verdienen we het wel weer terug, dachten ze. Was het Pannerdensch Kanaal niet gegraven, dan waren de IJssel en de Neder-Rijn volledig verzand en zou het zelfs zo geweest kunnen zijn dat Rotterdam daardoor nooit zijn huidige positie had kunnen bereiken. Rond Pannerden wordt dan ook meer dan eens beweerd dat zij daar de grote waterkraan bedienen waarmee het water op de juiste wijze wordt verdeeld. Het Pannerdensch Kanaal tussen Doornenburg en Millingen. Rijkswaterstaat De naam van Pannerden is ook recent verbonden aan een waterstaatkundig project toen er een bijna 3 kilometer lange tunnel onder het kanaal is aangelegd voor de Betuweroute. Door het boren en bouwen werd de rust van het ruim 300- honderdjarig kanaal flink verstoord. Voor het afsnijden van een meander werd tussen 1773 en 1776 nog een uitbreiding op het plan gerealiseerd: de aanleg van het Bijlands Kanaal. Dat 3 kilometer lange kanaal loopt van Tolkamer naar Millingen. Het onderhoud van de beide kanalen moest centraal vanuit één verantwoordelijk punt worden geleid. Daarom werd in 1798 besloten de zorg voor een goede en onverstoorde waterhuishouding op te dragen aan een daarvoor opgerichte dienst: Rijkswaterstaat. Niettemin ontstonden er in 1816 praktische problemen voor de regie en financiering van herstelwerk aan dijken en waterkeringen die door Met de schep gegraven kanaal werd opgeleverd in 1707 watersnood waren veroorzaakt. Uitsluitend door diplomatiek overleg met Duitsland zou een oplossing denkbaar zijn. In 1817 kwam het gebied rond Lobith-Tolkamer bij Nederland. Er ontwikkelde zich in het gebied veel scheepsbouw. De bouw van het Douanekantoor in 1904 was de prelude tot een economisch hoogtepunt in de tweede helft van de twintigste eeuw. Als geen ander weet Maria’s echtgenoot Popko Snip daarover te vertellen. Hij werkte ruim 25 jaar op het bunkerschip van Calpam aan een van de zes steigers die Tolkamer rijk was. Daar lag altijd een rij van vijf of zes schepen. Verder werd er ook nog royaal geankerd. Spido-bootjes brachten de mensen aan wal en terug naar boord. Er voeren Douaneboten, schepen van Rijkswaterstaat, Politie te Water, pontonniers die Marechaussees aan boord brachten. En niet te vergeten de Topakschepen en een aantal parlevinkers. Popko schudt meteen wat namen uit zijn mouw: van de parlevinkerfamilies Pastoor, Goossens en ‘rooie’ Hein Meijer. “Calpam was niet het enige bunkerstation”, zegt Popko. Zo waren er de voorgangers van het huidige Service Centrum Lobith in persoon van Drenth, Jongevos en Stol, Toontje Klop en was er ook nog de BP-bunkerboot die vanuit de haven opereerde. Tijdens het bunkeren konden de schippers hun verhalen kwijt aan Snip. Hij verzorgde voor hen alle soorten hand- en spandiensten, zoals het kopen en bezorgen van een nieuwe wasmachine. Zelfs heeft hij eens nieuwe auto moeten aanschaffen voor een schipper. “Ik kreeg de oude mee en moest een nieuwe gaan kopen”, zegt Popko. Groene en gele vakken Snip reed ook meer dan eens mensen van boord naar de dokter of het ziekenhuis. Ook werd er tijdens noodweer hulp geboden bij een bevalling aan boord. In Tolkamer waren er altijd stromen mensen in de straatjes. Moeder naar de slager, bakker en kruidenier. Pa naar het douanekantoor en de kroeg. (goede volgorde) “De café’s gingen al vroeg los”, zegt Popko “en waren tot laat in de avond geopend.” Dezelfde mouw van Popko wordt opnieuw geschud waarna er namen rollen van de café’s: De Karsseboom, Wacht am Rhein, het Anker, café Bos, Dries Jansen, Timmermans, Burgerlust en Jan Dokter. Voor de schepen waren er groene en gele vakken. Groen was tevoren aangemeld en op die manier was je snel gereed. Alles vanuit het gele vak moest traditioneel bij het douanekantoor worden aangemeld. Als we Popko’s verhalen goed begrijpen was er na afloop van menige, gezellige avond zeker ook plaats geweest voor een groot gezamenlijk blauw vak.... Tussen Bemmel en Zevenaar duikt de Betuweroute onder het Pannerdensch Kanaal door. (foto’s Hans Heiligers)

Binnenvaartkrant