Views
1 year ago

2011-04

  • Text
  • Binnenvaartkrant
  • Februari
  • Jaar
  • Nieuwe
  • Binnenvaart
  • Onze
  • Waar
  • Nederland
  • Schip
  • Rotterdam

DE BINNENVAARTKRANT De

DE BINNENVAARTKRANT De Binnenvaartkrant 26 15 februari 2011 Special 15 februari 2011 LOBITH-TOLKAMER 4 Fred Roos zet de telegraaf op stand-by DOOR JOHAN DE WITTE Ingeval u deze zomer soms, de ooit bij een Franse wijnboer onder stro en kratten vandaan tevoorschijn gekomen rood-zwarte Citroën C4 open two-seater bouwjaar 1932 langs ’s heren wegen treft, en er zit een echtpaar op klapstoeltjes bij te genieten van zon, broodjes en een appeltje, zijn dat negen van de tien Fred en Zwaan Roos uit Lobith. Na 38 dienstjaren, werk en ontwikkeling bij Markerink, vond Fred Roos het vorig jaar welletjes. Zijn Franse monteur-service-avontuur onder de rook van Lyon, waarmee reeds na zestien maanden de reparatie- en revisie-business op de Rhône tegen eenzelfde bekendheid aan leunde als de Tolkamer ‘kwik fit’ voor de scheepvaart, kreeg Fred slijtage op zeg maar de ‘voeringen’ en kon hij, mede door personeelstekort, in zijn eentje de werkdruk niet meer aan. Na nog een paar jaar Lobith zette hij de ‘telegraaf’ op stand-by. Volgens zijn levenspartner Zwaan is het goed zo. “Hij was altijd zeer geboeid door zijn werk; motorreparatie stond bij familievisite vast op het programma. Op den duur was ik op de hoogte van verstuivers, lagerdruk of een warmloper. Als Fred op pad was voor zijn motoren, hield ik ons gezin draaiende.” Inspireren Fred Roos, telg uit een gezin van acht kinderen geboren te Spijk op 20-05-’48, is vitaal en gezond en gaat een sleutelkarwei niet uit de weg. Sterker nog, in de hobbysfeer zoekt hij het juist op. In zijn omgeving roept men al jaren: “Fred waarschuw mij wanneer jij met pensioen bent.” Fred en Zwaan Roos met hun rood-zwarte Citroën C4. Het boek waaruit hij voorleest heeft slechts een paar hoofdstukken. Het laatste beschrijft 38 jaar werk. Hoofdstuk 1 begint bij de ambachtschool die hij verruilde voor de steenfabriek, waar hij zich negen jaar ontwikkelde en uitgroeide tot een onderhoudsmonteur die ze op de fabriek niet kwijt wilden. Niettemin voegde hij zich in 1972 bij het team van Dick Markerink. Al gauw was Fred een gewaardeerde monteur en toch kreeg hij wel eens op zijn sodemieter van de baas. Tegenover zijn jongens was Dick Markerink niet altijd een gentleman maar hij had wel een groot hart voor ze. “Wanneer je terugkwam van een klus en hij niet wist wat je gedaan had, vroeg hij: ‘Is het goed gegaan, waren ze tevreden, nog een fooitje gehad?’ Als dat niet het geval was, stopte hij je zomaar een fooi in de handen” Dick was zowel vooruitstrevend als behoudend ouderwets. Hij stapte in zijn Amerikaan, nam jenever en haring mee en ging naar Deutz in Keulen om zaken te doen. Het was een man die veel mensen hielp. “Wie praat er over geld, je moet eerst weer varen”, zei hij tegen pechvogels. Een man die je wist te inspireren! Weer aan de praat “Als monteur zwierf je elke week door Duitsland of de Benelux. Aan boord was het meteen de vetkuil in en sleutelen. Meestal had je snel door waar het aan mankeerde. De tevredenheid van de schipper als zijn motor weer draaide was voor ons de ‘brandstof’ waardoor je de stemming erin hield.” “Het monteursberoep heb ik altijd mooi gevonden. Soms wisselden we motoren tijdens de vaart. Bij het mps Rotterdam – destijds van Roel Botter – kwamen we aan boord in Bonn. Eén van de twee aparte types MAN 8 cilinders 17.5 22A had een gescheurd blok. Markerink zei: ‘We hebben er nog één klaar staan. Vaar door, demonteren en wij organiseren onderweg een kraan die het motorblok aan boord hijst.’ Afvarend in Keulen hadden we hem weer aan de praat. Toen we daarna de salon binnenkwamen, had Roel Botter voor ons een feestje georganiseerd. Zo’n klus vergeet je niet, evenals met de zaak op stap naar Kreta en Hawaii en andere uitstapjes! Dat was toch heel bijzonder in die tijd.” Nieuwe uitdaging Inmiddels stonden Jan, Dick en Nico Markerink aan het roer van de zaak en ze zochten een directieassistent. Fred Roos werd hiervoor gevraagd. Na een week overleg met Zwaan, zei hij: “Ik doe het.” Naast de nieuwe uitdaging kreeg hij het druk met cursussen zoals bedrijfskunde en werktuigkunde. Hij probeerde praktijkervaring uit de machinekamer te vertalen in bedrijfsstructuur. Het duurde even voordat de oudcollega’s zijn promotie begrepen en dat hij vierkant achter de zaak stond. Vanaf dat moment groeide Fred in zijn functie. Samen met Jan ging hij op pad om een motor te verkopen. Soms was het meteen raak. Fred verkocht niets als hij er zelf niet achter stond. Wanneer een klant Markerink koos voor een motorvervanging met als argument “jullie advies klonk logisch”, lag dat onder andere aan duidelijke taal! Later bracht hij zijn kennis over aan Alexander Markerink, die zich van lieverlee warm liep om het van zijn vader Jan over te nemen. In 2005 werd Alexander directeur. Of Fred er totaal mee stopt, hangt af van hetgeen zijn pad nog kruist. Genieten van gezin en kleinkinderen krijgt nu voorrang. Fred Roos zou het zo weer overdoen. Taveerne De Bijland: geroemd in München DOOR HANS HEILIGERS Met diep respect voor de geschiedenis van Lobith-Tolkamer wijkt ook het Binnenvaartkrant-journalistenkoppel Johan de Witte en Hans Heiligers niet af van de daar geldende traditie om met zekere regelmaat bij de horeca aan te leggen om te kunnen bellen en te zien of er nog post is. We doen dat voor het gemak wel aan de bar en met een smartphone in de hand. Omdat we door het slechte natte weer koude voeten hebben gekregen is een klein opwarmertje vandaag ook toegestaan. We zijn voor dit alles aangeland in Lobith-Tolkamer bij Taveerne De Bijland (spreek uit: de Bieland). Een supergezellige kroeg waar je aan de ruime bar altijd wel in gesprek komt met een gelijkgestemde. Het grote naambord dat middenin het etablissement is opgehangen met de tekst ‘gezelligheid kent geen tijd’ is totaal overbodig. De volledige omschrijving bij de Kamer van Koophandel luidt: café, bar, restaurant en zaalverhuur. Behalve het laatste hebben we van alle faciliteiten gebruik gemaakt en we geven er een royale voldoende voor. Timmermans Dat geldt ook voor de wijze waarop Godfried Brom minstens drie maal per minuut rondkijkt om te zien of het zijn gasten nog ergens aan ontbreekt. Ondanks de hoge waterstand buiten is het zo hier en daar toch een beetje eb in de glazen. Bijna hadden we geschreven dat Godfried ‘een herbergier ‘ naar ons hart is. Maar...hoe noem je nu de eigenaar van een taveerne: een taveernier? Wij maken ons daarover niet al te druk en vragen aan Godfried hoe lang hij dit nobele vak reeds uitoefent. We moeten daarvoor ruim 37 jaar terug in de tijd en komen aan bij de middelbare schooltijd van Godfried. In de weekeinden en bij feesten verdiende hij meerdere zakcentjes bij in de bediening van Timmermans. Ondanks dat de zaak van Timmermans werd verkocht en omgedoopt in Taveerne De Bijland blijft iedereen in Lobith-Tolkamer tot vandaag vastgeroest volhouden om naar Timmermans te gaan in plaats van naar Taveerne De Bijland. Het zal nog wel even duren voor dat is weggesleten, net zoals gulden en de nieuwe euro. Open haard Vorig jaar is een droom van Godfried Brom uitgekomen en is hij als zelfstandig ondernemer verantwoordelijk voor deze gezellige horecalokaliteit. Het lijkt ons een afwisselende baan. Sociale vaardigheden zijn wel op zijn plaats; er komt hier echt van alles over de vloer. Je kan hier een paar klompen voor de deur zien staan of enkele tientallen racefietsen tegen de muur. Een gast met een stoere trui zit met een goedgevuld glas op een kruk. Zijn pakje zware Van Nelle (voor buiten) ligt naast zijn sleutelbos op de bar terwijl aan een van de tafels verderop zakenmensen met hun mooi geknoopte stropdassen aan de lunch zitten. Op de bank voor de open haard noteert een vertegenwoordiger voor zijn baas wat hij vandaag heeft verkocht. Lunch en diner: “Ze komen zelfs van heel ver om er van te genieten”, zegt Godfried Brom. (foto Hans Heiligers) Godfried. “Naast onze bekende biefstuk genieten vooral de spareribs een wijde reputatie”, zo maakt hij ons lekker. Spareribs Hij vertelt ons het waargebeurde verhaal van vier Duitse gasten die op enig moment de Taveerne aandeden en unaniem de spareribs bestelden. Zoals gebruikelijk maakte Godfried even een praatje bij de klanten aan tafel. En wat hoorde hij: tijdens het Oktoberfest in München hadden ze van vrienden gehoord dat je in Lobith-Tolkamer zo onvoorstelbaar lekker spareribs kan eten. Toen het gezelschap in Oosterbeek op relatiebezoek was vroegen ze daar of het nog ver was naar Lobith-Tolkamer. Het antwoord op die vraag vormde geen belemmering voor de gang naar Taveerne De Bijland en op die manier is de roem van spareribs van Taveerne De Bijland doorgedrongen tot München. Gelukkig is het voor ons niet zo ver rijden...

DE BINNENVAARTKRANT De Binnenvaartkrant 27 15 februari 2011 Special 15 februari 2011 LOBITH-TOLKAMER 5 Ikink en Koenders: thuis in de binnenvaart Promenadeplan Tolkamer. DOOR HANS HEILIGERS Op de heenweg gaan we over de Europakade en terug door het dorp, zo hebben wij het gepland. We beginnen met zoeken naar een geschikte parkeerplaats; de meeste staan onder water. Vandaar dat we reeds ter hoogte van scheepswerf De Hoop de auto achterlaten om vandaar de dijk op te gaan. De afgemeerde passagiersschepen lijken door de hoge waterstand van alles en iedereen te zijn verlaten. Ondanks de kou en de stevige regenbui worden we toegelachen door een vriendelijke dame zonder jas. Ze is gekleed in een zomers blauw truitje met een ruime ‘open hals’. Mevrouw is haarscherp te zien op een mega doek van zeer goede pixelkwaliteit en maakt promotie voor het promenadeplan Tolkamer. “Ik wil elke dag genieten van dit prachtige uitzicht”, vermeldt de gigantische poster. En dat uitzicht is niet anders dan met een cliché uit te drukken: uniek en iedere dag anders. “Iedere eerste zaterdag van de maand is er open huis voor een aantal appartementen dat nog te koop is”, zo lezen we verder. Verzekering Hoewel wij nog eventjes moeten doorsparen maken we later op de dag toch de gang naar het kantoor van Ikink & Koenders dat is gevestigd in een ruim pand met dito parkeergelegenheid aan de Hoofdstraat 6 in Tolkamer. We worden ontvangen door Herman Mekkelholt, die ons binnen vijf minuten het gevoel geeft dat we hem al jaren kennen. Samen met zijn compagnon heeft hij vijftien jaar terug het kantoor van Ikink en Koenders overgenomen, waar hij bijna 27 jaar terug in dienst kwam. Dat kantoor had toen nog het naambord Heijmen en Ikink aan de gevel hangen. Daarop kon je zien dat het kantoor in oorsprong diep verankerd was in de makelaardij van Rijn- en binnenvaartschepen. Naast de aan- en verkoop was het kantoor gespecialiseerd in de advisering van assurantie voor de binnenvaart. “En we zijn nog steeds thuis in de binnenvaart”, zegt Herman Mekkelholt. “We hebben zelfs een specialisatie voor wat betreft verzekering van passagiers- en partyschepen.” In tegenstelling tot landelijke kantoren van een zelfde grootte als dat van Ikink en Koenders heeft het kantoor geen enkele link naar een bepaalde verzekeraar. Het kantoor is volledig zelfstandig. Uitsluitend het advies voor de klant is bindend voor wat betreft de keuze van het verzekeringsproduct en de verzekeraar die daar achter staat. Het kantoor is daartoe een overtuigd lid van de Adfiz, een standsorganisatie die kritisch toezicht houdt op de aangesloten professionele assurantiebemiddelaars. Ook de ‘droge’ zakelijke markt heeft het kantoor een stevig aanzien gegeven voor de advisering van de regionale MKB-markt. “En nog iedere dag ervaren we veel voldoening van onze klanten van de particuliere markt”, zegt Mekkelholt. Het kantoor van Ikink en Koenders. (foto Hans Heiligers) Als er een onverhoopte schade valt te melden is de weg naar het kantoor snel gevonden. “Er wordt op dat moment meteen tijd vrijgemaakt om de papierwinkel voor de klant in orde te maken”, zegt Mekkelholt. Dat geeft een stevige relatie met de klant: daar kan geen internet mee concurreren. Woningen Naast de hoofdactiviteit van de assurantiebemiddeling is er de makelaardij in onroerend goed en de advisering voor hypothecaire leningen. Herman Mekkelholt steekt zijn hoofd niet in het zand maar kijkt ons recht in de ogen als hij zegt dat hij betere tijden heeft gekend. Recente maatregelen die voor starters op de woningmarkt niets anders betekenen dan steeds hogere barrières, dragen niet bij aan de zo broodnodige doorstroming. “Als dat jonge gezin die voordelige tussenwoning niet kan kopen, kan de eigenaar daarvan eveneens niet doorstromen naar een andere woning.” Herman Mekkelholt weet waarover hij spreekt; hij kent de omgeving en de inwoners die gehecht zijn aan de dorpen waar ze wonen.” “Aan veel woningen kun je zien dat die bewoners iets hebben van de binnenvaart: het schilderwerk ziet er geweldig uit”, grapt Mekkelholt voordat de tweede koffie voor onze neus wordt gezet. Hét moment om nog eens even terug te gaan naar de tijd dat de vader van Mekkelholt op het douanekantoor werkte. Op chargerende wijze horen wij het verhaal over de papieren drukte van de douane, een complete kazerne met marechaussees die onder toezicht van de RP te Water door pontonniers werden rondgevaren. Met een dik telefoonboek stapte zo’n marechaussee aan boord in de hoop daar toch ieder jaar eens iemand van boord te halen wiens naam in het grote boek stond. Mekkelholt heeft zijn gevoel voor humor nog nooit verloren en ook in deze tijd blijft zijn optimisme buiten schot: het staat als een huis.

De Binnenvaartkrant