Views
4 years ago

2010-20

  • Text
  • September
  • Nieuwe
  • Binnenvaartkrant
  • Schip
  • Jaar
  • Binnenvaart
  • Schepen
  • Eerste
  • Werkendam
  • Rotterdam

De Binnenvaartkrant 32

De Binnenvaartkrant 32 28 september 2010 Wij feliciteren Rederij Nicky Tank van harte met het mts Nicky. Rabobank Shipping Maritieme betimmeringen en interieurbouw www.cornetgroep.nl

De Binnenvaartkrant 33 28 september 2010 Dragracer Robert Joosten Het onbeheersbare beheersen is de kick DOOR JOHAN DE WITTE 50.000 man op de tribune en 30 tegenstanders in jouw klasse spelen slechts een bijrol als er in fracties van seconden 25 punten op een dashboard-display gecheckt moeten worden. En dat in een Dragracer waarmee je tactisch naar de startstreep rolt en op het moment supreme vol gas geeft, rem plus koppeling lost om in één seconde naar de 100 kilometer te blazen. Je lichaam worstelt met 3G. Na 1,4 seconde bij 170 kilometer naar de tweede versnelling, de voorwielen maken weer contact met de aarde. Als halverwege de 402 meter lange run 280 kilomter per uur op de teller blitst, schakel je in no time naar zijn derde. De 3000 pk bij 10.000 toeren-motor verhoogt de snelheid naar 380 kilometer bij de laatste meters voor de finish. Nog op deze ‘krijtstreep’ openen zich de remparachutes met een rotklap; je lichaam botst in de riemen door 4G negatief. Het is een 6- seconden-run met als brandstof onder andere 30 liter methanol, 25 jaar ervaring, chirurgische kennis van motor en chassis, een team van sleutelvrienden, sponsors plus een buitenmodel auto. Een extreme sport. Aan het stuur zit de gewezen tankerkapitein, voorman bij Shipyard Trico en audodidact in techniek en aan de grond gebleven piloot Robert Joosten. Nooit snel genoeg Als joch kwamen techniek en snelheid in het DNA van Robert Joosten al boven water. Zijn moeder vond dat het bij de jonge Robert nooit snel genoeg ging. Zijn eerste brommer manipuleerde hij naar 175 cc en hij scheurde 135 kilometer per uur illegaal en achtervolgd door decibels over ‘s heren wegen van wakker Zwijndrecht. Zijn eerste auto was een Amerikaanse V8. De ophanging en vering werden aangepast en de motor van 200 pk naar 500 opgevoerd. Het werd een beest. “Afkeurend gleed de blik van de Porsche-rijder langs de grille tot aan mijn achterbak. Het stoplicht springt op groen, vol gas en door zijn verbeterde wegligging liet de Starten is de sleutel van het dragracen. wagen zich haaks door de bocht duwen, zodat de Porsche er achteraan ‘tufte’. Bij het volgende rood is zo’n blik dan veranderd in verbaasde goedkeuring. Dat zijn van die 10.000-gulden-momenten als je jong bent”, vertelt Robert. “Tijdens een race in Drachten krijg ik mechanische pech. ‘Kan je het maken’, vraagt zomaar iemand. ‘Nee, dat kost meer dan er in kas is’, antwoordde ik. Geeft die man zijn kaartje en hij zegt: ‘Kom maandag eens langs.’ Vertelt hij wanneer ik hem bezoek dat hetgeen ik doe altijd zijn droom was en hij geeft me 3.000 gulden voor reparatie. Het was mijn eerste sponsor. Door zijn leeftijd is dat gestopt, maar fan is hij gebleven. We hebben nog steeds contact.” In 1999 voer hij 14/14 op het mts Challenger van Marcel Roodhart. In de vrije tijd was het sleutelen en rijden. Marcel werd uitgedaagd om eens naar een run te komen kijken. Hij werd binnen het uur ongewoon enthousiast en zei: ‘Wat jij doet is bijzonder.’ Sinds dat moment was hij sponsor en hij is dat nog, ofschoon hij hierin niet alleen bleef. Roodhart mobiliseerde de firma’s DJPS, Rullens, Fiwado, Verveer, EBR en Verhaar die inmiddels al tien jaar sponsoren. Daarnaast zijn er meerdere sponsors, waaronder De Binnenvaartkrant. (zie de website: www.produtch. com van Pro Dutch Racing.) No-nonsense; toch comfortabel >> Vervolg van pagina 31 Met dat schip heeft hij ruim twaalf jaar goede herinneringen opgebouwd. Een wel heel bijzondere ervaring was voor Dung het moment waarop hij met de Karneol opdracht kreeg van Shell voor een transport van Karlsruhe naar Linz. De Karneol was het eerste tankschip dat het Donaukanaal zou bevaren. Van Shell had Jan een stapel kaarten gekregen met het verzoek om die van aantekeningen te voorzien en verder met foto’s te begeleiden zodat anderen na hem daar veel plezier van zouden hebben. Of hij zich dat het meest herinnert of de vrachtprijs van 60 DMark per ton, dat weten wij niet. Toen Dung kinderen kreeg, heeft hij de Karneol verkocht om enkele jaren vanaf de wal als aflosser te gaan werken. In die periode bouwde hij goede contacten op met Reederei Jaegers. Ook de Nicky gaat voor Reederei Jaegers varen. Dat hoorden wij van Bas van der Straaten die we enkele dagen eerder spraken. Bas vertegenwoordigt de gezamenlijke partners binnen Rederij Nicky Tank. Deze rederij liet het casco bouwen op de werf van VeKa in Roemenië. De Nicky is vernoemd naar de oudste dochter van Bas van der Straaten. De Nicky is een succesvol zusterschip van ondermeer de Sa en de Pamela. Het schip heeft vijf extern te verwarmen tanks met een gezamenlijke inhoud van 1800 m3. Het schip is uitgerust met een Caterpillar C32 van 1000 pk. In combinatie met een Cummins QSK van 380 pk/450 kVA aangedreven Van Wijkboegschroefinstallatie is de Nicky voor zijn maten van 86 x 9.60 x 3,20 royaal toebedeeld met alles wat een goede manoeuvreerbaarheid ten goede komt. De Nicky gaat lichte chemie varen. Jan Dung is vanaf het eerste moment bij de afbouw betrokken geweest. In overleg met Rederij Nicky Tank heeft hij zijn verlanglijstje mogen presenteren voor de indeling van de woning en de vier kamers daarvan alsmede het stuurhuis, de lessenaar en tal van andere zaken waarin hij veertig jaar ervaring heeft Dit interview hebben we in de werkplaats van Robert, the place to be voor extreem handige sleutelaars. Het zijn Jaap Onincx, Leen van der Linde, Jan Selles, Anton Vink en de in Ludwigshafen wonende Amerikaan Dennis Freed. De nieuwste 4-wieler staat hier volledig ontmanteld. Niettemin oogt hij als een kunstwerk op een roestvaststalen voetstuk. Met een bakkie koffie in de hand draaien we om deze spierbundel heen, waarbij allerlei vragen opborrelen. Over 360 graden zien we specialistisch gereedschap, machines en motoren. De muren worden door foto’s, artikelen en verslagen van evenementen aan het oog onttrokken. Roberts tweede auto was al een ‘echte’. Hij hangt hier op een foto achter glas, maar leeft nog in verhalen. De derde was helemaal op power gebouwd, waarmee het team in Zweden een grootse wedstrijd won. Nog nooit had daar een niet- Scandinaviër gewonnen. Na één kwalificatie moest Pro Dutch Racing wegens materiaal pech twintig opgedaan. Samen met Peter Koopmans van VeKa zijn alle ideeën uitgewerkt. Jan heeft in zijn 40-jarige carrière in de tankvaart slechts één maal een uitstapje gemaakt naar de vrachtvaart. Dat was voor een vriendendienst en het duurde niet langer dan drie weken. Meer tijd had Dung niet nodig om te beseffen dat hij de tankvaart nooit zou verlaten. Voordat we van boord gaan, daalt Dung nog met ons af voor een blik in de woning. Daar heeft Hoogendoorn op ruimtelijke wijze met de juiste materialen tot tevredenheid uitvoering gegeven aan de door Jan in overleg met de rederij bedachte indeling. Naar onze mening mogen de etiketten no-nonsense en comfortabel daar naast elkaar worden geplaatst. Kapitein en bemanning verheugen zich op de eerste reizen binnen het ruim geschakeerde verzorgingsgebied van Reederei Jaegers. “Dit schip is daarvoor uitermate geschikt”, zegt Dung. “Het heeft een goede balans tussen afmeting, (laad)vermogen en wendbaarheid.” uur sleutelen. Ze krijgen het voor elkaar en winnen de volgende dag alsnog. Auto nummer vier was een zogeheten Pro Modified. Met open parachutes achter zijn kont lijkt hij achter glas op science fiction-transport. Na veel succesvolle runs crashte Robert hiermee in Engeland. Door materiaalstoring en daarna parachutes die niet volledig corrigeerden, verloor Robert de controle over de wagen, waardoor hij op zijn dak over de finish schoof. In tegenstelling tot zijn auto had Robert uiterlijk geen schrammetje; innerlijk liep hij echter een deuk op. Na zo veel werk, zo veel teamgeest en hulp van sponsors de laatste 100 meter op je dak langs de tribune is… De jongens zeiden: “Jij kan er niks aan doen. Wij helpen je om terug te komen, je hebt een nieuwe auto nodig.” Doorstart Inmiddels was hij in 2007 van de Atlantis gestapt en had hij zijn nieuwe professie bij Shipyard Trico opgepakt. Zodra het kon, zat hij in het vliegtuig naar Amerika om de vijfde auto te realiseren. Ze kennen hem in Buffalo en verschillende staten van de States als een goede starter en selfmade pilot die rijdt, sleutelt, een pro deo-team heeft, niet professioneel actief is, gewoon een baan heeft en kan bouwen op onafscheidelijke sponsors. Dit alles is daar aan de overkant a little unusual en werkt mede met de prestaties die Robert achter het stuur en onder de motorkap al heeft neergezet in zijn voordeel, zodat hij een nieuwe auto mócht bestellen. Het is een gesloten wereld waar prestige voorrang heeft op geld. De leverancier in kwestie construeert maar vier of vijf van dergelijke auto’s per jaar. De suggesties van opdrachtgevers tot verbetering worden onderhuids verwerkt. Drie maanden lang zijn vier man in de weer om zo’n auto te bouwen. Daarna wordt de auto uitgebreid getest op circuits, voorzien van een speciale toplaag. Lees verder op pagina 35 >>

Binnenvaartkrant