Views
2 years ago

2009-21

  • Text
  • Oktober
  • Jaar
  • Schip
  • Binnenvaart
  • Binnenvaartkrant
  • Nieuwe
  • Rotterdam
  • Vaart
  • Behouden
  • Schepen

De Binnenvaartkrant 44 6

De Binnenvaartkrant 44 6 oktober 2009 Wij feliciteren ReLo Tankschifffahrt GmbH van harte met het mts Regina-W II.

De Binnenvaartkrant 45 6 oktober 2009 Post Tiel kan beter uit de voeten met RWS 72 Albert Dekker (links) en Hans Tabbers samen aan boord van de RWS 72. (foto’s Harrie van Eeuwijk) DOOR HARRIE VAN EEUWIJK Rijkswaterstaat vernieuwt stap voor stap haar vloot. In totaal worden tien vaartuigen vervangen. Afgelopen zomer werd het derde nieuwe patrouillevaartuig, de RWS 72, in gebruik genomen. Tiel is zijn thuishaven. Eén van de gezagvoerders van de in Tiel gestationeerde RWS 72 is Hans Tabbers. Hij heeft de afbouw van dit vaartuig samen met collegagezagvoerder Jan van den Berg begeleid. “Deze hier in Tiel is ter vervanging van de RWS 33”, vertelt hij. “Dat was een oude schottelboot van dertig jaar oud. Die is nu naar de werf voor renovatie, wordt daarna op de IJssel ingezet en krijgt daar dan een rustige oude dag. Eveneens in Nijmegen hebben we nog zo’n vaartuig, de RWS 30, die inmiddels 34 jaar oud is. Ook die wordt vervangen door een nieuwe van hetzelfde type als de RWS 72.” Kunststof schroeven Albert Dekker is coördinator Scheepvaart, Bediening en Begeleiding van het waterdistrict Bovenrijn en Waal. “We vallen onder de dienst Oost-Nederland”, zegt hij. “Ons hoofdkantoor is in Arnhem gevestigd, ons districtskantoor in Nijmegen. Vroeger hadden we in ons gebied, dat loopt van de Duitse grens tot aan Woudrichem, vier standplaatsen. Nu nog twee: Nijmegen en Tiel. In elke plaats hebben we twee vaartuigen.” In totaal werken er 31 mensen op de vaartuigen van dit waterdistrict. Als een vaartuig in de vaart is, zijn er standaard drie personeelsleden aan boord: een mobiel verkeersleider, een gezagvoerder en een assistent-gezagvoerder. “Wat wel opvallend is, is dat we op de vaartuigen maar twee vrouwen hebben”, vervolgt Dekker. “En ik zou het zo leuk vinden, als er meer vrouwen solliciteerden. Maar in de praktijk gebeurt dat jammer genoeg nog niet.” Het nieuwe vaartuig is 24 meter lang, 5,85 meter breed en heeft een diepgang van 1,53 meter. Het casco werd bij Sliecker in Hardinxveld- Giessendam gebouwd en de afbouw gebeurde bij De Haas in Maassluis. Op 14 juli werd het gedoopt door Lidewij Ongering, de plaatsvervangend secretaris-generaal van Verkeer en Waterstaat. “Het vaartuig heeft twee motoren, elk van 850 pk”, aldus Albert Dekker. “En er is gebruik gemaakt van kunststof schroeven. Die zijn minder kwetsbaar. Immers ongeregeldheden die daaraan ontstaan, worden wat trillingen betreft, niet zo snel opgemerkt als van metalen schroeven. Verder draait de motor op zwavelarme diesel.” Een bijzondere voorziening is volgens Dekker het luchtbehandelingsysteem. Daarmee kan de temperatuur in de stuurhut constant gehouden worden. “Wij houden het veelal op 21 graden.” De RWS 72 is 5 meter langer dan zijn voorganger. In de stuurhut bevinden zich twee stoelen van waaruit de boot bestuurd kan worden. In de stoelleuningen treft men een muis aan voor het werken met de computers. En ook kan men vanaf de stoelleuningen de regulateur, het roer, de boegschroef en de ruitenwissers bedienen. In de stuurhut van de RWS 72 is alle apparatuur modern en bereikbaar. De RWS 72 in zijn thuishaven Tiel. Meer geel op het water “Deze vaartuigen zijn gekomen omdat we meer geel op het water wilden hebben”, licht Albert Dekker toe. “Dat geldt voor Rijkswaterstaat in heel Nederland. Onze RWS 43 en RWS 44, die beiden respectievelijk twee en vier jaar oud zijn, worden uiteraard niet vervangen.” “Met de RWS 72 is het door de conventionele voortstuwing moeilijk om boeien te leggen en te verleggen, teneinde de vaargeul goed aan te geven. Dat gaat met de RWS 43 en de RWS 44 gemakkelijker. Dat zijn vaartuigen met waterjet-voortstuwing en die kunnen goed met het achterschip op stroom sturen en de boeien over de kop pakken.” Dat de RWS 72 niet voor boeibehandeling gebruikt kan worden, ziet Dekker niet als een groot probleem: “Als we kijken hoeveel tijd we bezig zijn met het verleggen van boeien, dan lijkt dat misschien wel veel, maar relatief is het een heel klein gedeelte van de dienstuitvoering.” Voor allerlei andere werkzaamheden kunnen de nieuwe vaartuigen volledig ingezet worden. Dit zijn onder meer surveillance op de vaarwegen in het algemeen, begeleiden van bijzondere transporten, handhavingacties en peilwerkzaamheden. “In principe varen we in verband met de surveillance 24 uur per dag, zeven dagen per week. Niet alleen met dit specifieke vaartuig, maar ook met ons andere vaartuig of een vaartuig van Nijmegen. Altijd is er minimaal één vaartuig op het water. Doordeweeks hebben we vijf diensten per etmaal, in het weekend drie. Maar het kan voorkomen dat we drie vaartuigen tegelijkertijd op het water hebben. Bijvoorbeeld vlak voor de zomervakantie, want dan neemt er niemand vrij. Dan hebben we al ons personeel bij de dienst en dan hebben we meer vaartuigen tegelijkertijd varen. Dat gebeurt ook vaak bij handhavingacties, die we samen met het KLPD plannen.” “We hebben een regeling met de brandweerkorpsen in de gemeenten langs de vaarwegen. Er zijn opstapplaatsen, voor als er bijvoorbeeld een brand of een andere calamiteit aan boord van een schip is. Dan nemen wij de mensen van de brandweer mee. Of zetten materialen zoals pompen over. Want wij kunnen vaak sneller ter plaatse zijn dan de blusboot van Tiel of Nijmegen.” Nog een andere belangrijke functie van Rijkswaterstaat is het bepalen van de minst gepeilde diepte (MGD) op de Waal. Daar is een computersysteem voor aan boord en dagelijks wordt in het vaargebied op een aantal plekken gepeild, waarna de MGD afgegeven wordt en eventueel de betonning verlegd wordt. Verbeteringen “Arbotechnisch was het vorige type patrouilleschip eigenlijk achterhaald”, merkt Albert Dekker op. “Toen die gebouwd werden, bestonden er bijvoorbeeld nog geen computers aan boord. Dus er is altijd maar ingebouwd, bovengebouwd, ondergebouwd, aangebouwd, opgebouwd enzovoort. Dan krijg je op een gegeven moment allerlei draden en losse apparaten en wordt de stuurhut steeds voller en onoverzichtelijker. Dat blijft behelpen. Nu is al die apparatuur ineens ingebouwd.” “Een ander voordeel is dat dit vaartuig hoger ligt dan het vorige. Nu kun je gemakkelijker bij een ander schip aan boord komen. Vervolgens is de machinekamer ruimer, is het vaartuig milieuvriendelijker en is de geluidsisolatie veel beter. En een van de grote verbeteringen is dat er op het dek een man-over-boordboot, dus een bijboot, aanwezig is. Dat is een speedboot, die met een kraan over boord gezet kan worden. Als er hoog water is, kunnen we met de RWS 72 óf met onze andere vaartuigen niet in de uiterwaarden komen vanwege de diepgang, maar met de bijboot wel.”

De Binnenvaartkrant