Views
4 years ago

2004-22

  • Text
  • Binnenvaart
  • Jaar
  • Oktober
  • Schepen
  • Schip
  • Nieuwe
  • Cbrb
  • Binnenvaartkrant
  • Pagina
  • Rotterdam

DE BINNENVAARTKRANT

DE BINNENVAARTKRANT PAGINA 42 19 OKTOBER 2004 Wij feliciteren familie Van der Ham van harte met de Sarina Hendricks Scheepsmakelaardij b.v. Rabobank Lek en IJssel M A C H I N E FA B R I E K - S C H E E P S T E C H N I E K SYGO BV Scheepsladingmeter Hoogtemeter Diepgangmeter Pumps D.B.R. Parts W U U S T W E Z E L

DE BINNENVAARTKRANT PAGINA 43 19 OKTOBER 2004 Pater Jozef Jehaes: schippersaalmoezenier in hart en nieren Al 35 jaar vervult Jozef Jehaes zijn taak als zielzorger bij de schippersbevolking in Luik. De pater en zijn werkplek (het kerkschip Emmaüs) vormen in de regionale binnenvaart een onverbrekelijke band. In een geanimeerd gesprek heeft deze markante figuur in een bijna letterlijke “Ontmoeting op de brug” veel te vertellen. Aan de Quai Godfroid Kurth ligt het kerkschip afgemeerd. Jehaes’ wieg stond in Belgisch Limburg. ‘Mijn ouders woonden in Hoesselt, een klein dorpje dat vlak bij Tongeren ligt. Daar ben ik opgegroeid samen met mijn andere broers en zussen. Ik had een heel mooie jeugd, want we waren thuis met acht kinderen, waarvan een broer en ik een tweeling vormden. Samen met hem ging ik in 1941 voor onze studie naar een internaat van de Franciscanen, want het stond voor mijn tweelingbroer en mij al vroeg vast dat we priester wilden worden.’ Jozef Jehaes werd in 1955 tot priester gewijd en werkte daarna in twee verschillende parochies als kapelaan. Dansavonden Aan het eind van de zestiger jaren vroeg de bisschop van Luik, monseigneur van Zuijlen aan de toenmalige provinciale overste van de Franciscanen of er binnen zijn orde iemand was die de zielzorg voor de schippers op zich kon nemen. ‘Hij vroeg dat aan de Franciscanen, omdat er voor dat werk eigenlijk geen geld beschikbaar was,’ aldus pater Jehaes. ‘In 1969 sprak onze provinciaal mij er op aan. Aanvankelijk zag ik dat werk helemaal niet zitten. Ten eerste was ik nog nooit op een schip geweest en ten tweede moest ik daar voor naar Wallonië. Later heb ik laten weten dat ik, als er niemand anders te vinden was, het wel zou willen proberen. Immers, ik had de gelofte van gehoorzaamheid afgelegd. Zo ben ik tegen het einde van 1969 met mijn valies naar hier gekomen.’ ‘De bisschop had me ook gevraagd om drie maanden kapelaan te zijn in de parochie Videgnis, hier in de buurt. Uiteindelijk werd dat een periode van tien jaar. Daar kon ik toen ook wonen.’ Om contacten te krijgen met de schippers legde Jehaes veel scheepsbezoeken af. ‘Ik ben begonnen met een maandelijkse dansavond voor de schippers, en dat is later heel belangrijk gebleken. Dat deed ik in de parochiezaal van de kerk. De schippers hebben toen zelf veel opgeknapt aan die ruimte. Dat was in het begin van de zeventiger jaren. Toen men bij het bisdom hoorde over deze dansavonden, kreeg ik daar geen volledige Hoofdaalmoezenier Jozef Jehaes: ‘Ik voel me erg verbonden met de varenden en ik vind dat ik na zoveel jaren schipper met de schippers ben geworden.’ (foto Harrie van Eeuwijk) goedkeuring voor. Maar ik ben er wél mee doorgegaan. Later zag men wel in dat dit een goede zaak was en dat ik daarmee de schippers bij elkaar kon krijgen. Ook deed ik op zondagochtend in die parochiekerk een speciale mis voor de schippers. Dat deed ik tweetalig.’ Kerkschip Later ontstond het plan om een schipperscentrum te realiseren. Maar daar was eigenlijk geen geld voor. Doch de Franciscanen hadden in Luik een apart huis, dat voorheen diende voor bijeenkomsten van de daar wonende Vlamingen. Dat was overbodig geworden. ‘Toen heb ik van de Franciscanen dat huis gekregen; ik kon het verkopen en van dat geld het schip kopen dat we nu hier als kerkschip hebben liggen,’ vertelt de pater verder. Het voormalige werkschip werd verbouwd tot kerkschip en in 1970 met veel tamtam geopend. ‘Dus ons kerkschip is nu bijna 35 jaar. Op zondagmorgen hebben we er altijd een mis.’ 'Door de jaren heen kreeg ik veel meer interesse voor de schippers. De vriendschap groeide en ik ben nu heel erg blij dat ik toentertijd toch de stap gezet heb om aan dit werk te beginnen. Ik heb veel vriendschap van de schippers gekregen, maar ook aan hen gegeven. Die dansavonden gingen steeds verder en we verzorgen nu meer activiteiten van hieruit. Zoals een mosselavond en een rally.’ ‘Het kerkschip heet Emmaüs. Dat is een dorpje in Palestina. Ik heb die naam destijds gekozen, omdat Christus daar samen kwam met mensen; denk maar aan de Emmaüsgangers. En dat samenkomen zie ik hier ook zo. We hebben een goede en mooie sfeer op het centrum. Na de kerkdienst op zondag blijven de mensen altijd hangen om met elkaar te praten. Al het werk op het schipperscentrum wordt door vrijwilligers gedaan en dat zijn veelal oud-schippers.’ Dan vertelt Pater Jehaes iets over de zondagse vieringen. “Als de mensen voor het eerst hier komen, vinden ze de mis hier toch anders dan in een gewone kerk. Dat komt ook doordat men elkaar beter kent. De varende bevolking staat ten opzichte van hun aalmoezeniers anders dan de walbevolking tegennover hun parochiegeestelijken.’ Katholiek bier In 1979 werd Jehaes hoofdaalmoezenier van België. ‘Als aalmoezenier werk ik hier zelf nu in de provincies Luik, Limburg en Namen. Als hoofdaalmoezenier roep ik de vier andere aalmoezeniers regelmatig bij elkaar voor landelijk overleg. Ik voel me verder erg verbonden met de varenden en ik vind, dat ik na zoveel jaren schipper met de schippers ben geworden. Het is voor mij een soort levenswerk geworden.’ ‘Mijn voornaamste taken zijn de pastorale en de sociale zorg. Ik doe veel aan ziekenbezoek en met dopen, trouwen en uitvaarten heb ik natuurlijk ook veel te maken. Vooral de contacten die je opdoet, geven mij veel levensvreugde. Elke zondag na de kerkdienst heb ik heel wat gesprekken met de schippers en dan hebben we vaak veel plezier. Zo vertel ik bijvoorbeeld ook elke zondag na de preek een mop en je kunt merken dat de mensen dat gewoon zijn van mij. Verder zeg ik soms, dat het hier een katholiek café is en dat hier katholiek bier wordt geschonken.’ Jehaes wil voorlopig met zijn werk voor de schippers doorgaan. ‘De binnenvaart heeft een aparte plaats gekregen,’ zegt hij. ‘Iedereen in mijn onmiddellijke omgeving weet dat. Daarom ook noemen mijn medebroeders in ons Hasseltse klooster mij altijd de schipper. Dat vind ik helemaal niet erg.’

Binnenvaartkrant