Views
4 years ago

2004-17

  • Text
  • Pompen
  • Nieuwe
  • Jaar
  • Schip
  • Binnenvaart
  • Binnenvaartkrant
  • Augustus
  • Pagina
  • Rotterdam
  • Nederland

DE BINNENVAARTKRANT

DE BINNENVAARTKRANT PAGINA 38 10 AUGUSTUS 2004 BUNKERSTATION DEKKER & STAM HEINEN & HOPMAN Wij wensen Damen Marine Services veel geluk met de DMS Globe

DE BINNENVAARTKRANT PAGINA 39 Mosselkwekers jaloers op buitenland Een Bruse mosselkotter staat in het zicht van de thuishaven droog op het Zijpe. (foto Willem den Heijer) Terwijl in Engeland, Ierland en met name Duitsland de laatste jaren grote en supermoderne mosselkotters in de vaart gebracht worden, moet de Nederlandse mosselvloot het doen met een enkele aanwinst. De laatste vijf jaar zijn er slechts vier nieuwe mosselkotters aan de vloot toegevoegd. Te weten de TH-48, YE- 16 en de YE-30 in 2000 en de YE-161 in 2002. Daarna heeft er geen nieuwbouw voor Nederlandse opdrachtgevers plaatsgevonden. De Bruse visserijvoorman Wout van den Berg legt uit waarom Z-319 is nu FD-283 Na een ingrijpende opknapbeurt te hebben gekregen bij Scheepswerf Visser in Den Helder is de voormalige Belgische bokkentreiler Z-319 als zogenaamde vlagkotter onder het Engelse nummer FD-283 Trui van Hinte naar zee vertrokken. De Z-319 kwam in december 1989 in de vaart als BOU-319. De Belgische bokkentreiler lag al ruim een jaar stil in Sluiskil. Met het onlangs beëindigen van het visserijbedrijf van de firma Drijver, YM-11, is de IJmuidense kottervloot fors ingekrompen. Op dit moment staan er nog maar drie IJmuidense kottertjes in het visserijregister ingeschreven. Dat zijn de YM-8, YM-31 en het 12,50 meter lange polyester staandwantscheepje YM-68. Van deze drie is de YM-31 met 20,34 meter de grootste. Verder telt de vloot nog een aantal kleine staandwantkottertjes die incidenteel ingezet worden voor de visserij op tong en/of kabeljauw. Vijf jaar geleden, toen er in totaal zeven kotters ingeschreven stonden – waaronder de twee grote bokkers YM-11 en de YM-44 – stelde de vloot al niet veel voor en eigenlijk ving de afslanking al veel eerder aan. Want in 1994 stonden er weliswaar zestien schepen in het visserijregister van IJmuiden ingeschreven, maar er waren er slechts tien officieel in bedrijf. Daaronder bevonden zich de twee kleine Wirontrawlers (YM-203 en YM-204) die intussen al eigendom waren geworden van rederij Jaczon te Scheveningen en eigenlijk al niet meer in IJmuiden binnenkwamen. Vijftien jaar geleden waren er nog zeventien kotters in bedrijf. Nu neemt de kotter dus weer deel aan de visserij. FD staat voor de Britse vissersplaats Fleedwood. De FD-283 is eigendom van rederij North Sea Fisheries, de Britse tak van de Urker rederij Geertruida, waaronder de UK- 184, UK-283 en de UK-383 beheerd worden. Daarnaast heeft rederij NSF ook nog de FD-281 en de FD-282 in de vaart. Hieronder bevonden zich overigens zes kotters/kleine trawlers die eigendom waren van rederij Wiron. Ofschoon IJmuiden de grootste vissershaven van Nederland is, heeft de plaats nooit een eigen kottervloot van enige betekenis gekend. IJmuiden maakte een bloeitijd door in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog, toen tientallen zijtrawlers het havenbeeld bepaalden. Maar ook tot ver na de Tweede Wereldoorlog stond IJmuiden bekend als de haven waar de grootste vissersschepen van Nederland geregistreerd stonden. Tientallen loggers en vooral zijtrawlers en later vriestrawlers hadden IJmuiden als thuishaven. IJmuidense kottervloot ingekrompen De YM-11 was de laatste IJmuidense boomkorkotter. (foto Willem den Heijer) Daar kwam in de jaren zestig met de opkomst van de boomkorvloot in andere plaatsen en het verdwijnen van de vleetvisserij en de IJmuidense trawlvisserij om de noord een einde aan. In de jaren zeventig waren de loggers voorgoed verdwenen, evenals de rederijen die de grote zijtrawlers runden. De IJmuidense vloot telde toen een handjevol kleine kotters en een aantal grote vriestrawlers. Desalniettemin is de haven nog steeds van betekenis voor de Nederlandse visserijsector. De zeer gunstige ligging ten opzichte van de visgronden en de aanwezigheid van een relatief moderne afslag en enkele grote visverwerkende bedrijven dragen hier aan bij. de nieuwbouw in Nederland al enkele jaren min of meer droog staat. ‘Er is sprake van een structurele afname van de productie mede als gevolg van het feit dat we aanzienlijk minder zaad mogen vangen en door de kwaliteit van de percelen die soms te wensen over laat. Vervolgens is de Waddenvereniging nog eens van mening dat de Waddenzee niet meer nodig zou zijn voor de vangst van mosselzaad, omdat er alternatieve mogelijkheden zijn: zaadwinning bij windmolenparken in zee en/of in speciale pontons. We liggen dus overhoop met milieuorganisaties die behoorlijk wat invloed hebben, maar aan de andere kant onttrekt de overheid zich aan haar verantwoordelijkheid. Kortom: een vrij onzekere toekomst en dat stimuleert niet om te investeren in nieuwbouw.’ De laatste nieuwbouwkotter in Bruinisse was in 1998 de BRU-6 van dezelfde Van den Berg. Het jaar daarvoor was het de BRU-19 van de gebroeders De Keijser. Al dik zes jaar wordt in Bruinisse dus niet meer geïnvesteerd in nieuwbouw. De kwekers kiezen voor onderhoud en aanpassingen. Ze houden de hand op de knip. Leen de Keijser, bestuurslid van de Nederlandse Vissersbond, is wat rationeler en genuanceerder in zijn mening. ‘In het verleden hebben we ook vaak tijden gehad dat er geen nieuw schip in de vaart kwam. Dan werden bestaande schepen verlengd, verbreed of kregen nieuwe spoelinstallaties. De meeste kwekers beschikken momenteel over een vrij modern vaartuig.’ ‘Desalniettemin weten we niet wat de toekomst ons zal brengen. We zijn natuurlijk geschrokken van de boodschap die de kokkelvissers onlangs te horen kregen. Dat mag ons niet gebeuren. Ik krijg de indruk dat onze minister de mosselkwekers geen warm hart toedraagt, vandaar die angst,’ aldus De Keijser van de BRU-19. Mosselpromotie Het schitterende weer bracht zaterdag 24 juli duizenden bezoekers naar het mosseldorp Bruinisse. De traditionele Bruse Mosseldag had veel in petto. Een verse-vispresentatie, voorzien van de nodige schelpdieren, trok veel belangstelling. Maar ook de bakjes gekookte en gebakken mosselen gingen als zoete broodjes over de toonbank. Voor slechts één euro per bakje konden de fijnproevers hun tongen strelen. Gedurende de gehele dag hadden Cees en Jaap Tanis het druk Een niet gering aantal visserijbedrijven heeft dit jaar moeite om het hoofd boven water te houden. De problemen worden veroorzaakt door een tekort aan scholquota. In tegenstelling tot de overige Noordzeelidstaten is er in Nederland sprake van een individueel quotumsysteem. Elk visserijbedrijf heeft dus zijn eigen hoeveelheid (contingent) schol en tong. Die verdeling heeft lange tijd geleden plaatsgevonden op basis van vangsten in voorgaande jaren. In de negentiger jaren konden door verschillende saneringsrondes de quota van de uit de vaart genomen kotters worden opgekocht of gehuurd. Zodra een kotter gesaneerd werd, kwam er weer wat ruimte voor de overblijvers. Op 10 AUGUSTUS 2004 met het uitleggen van onder andere het instrumentarium in het stuurhuis van de boomkorkotter GO-48, waar good old Henk Raukema aan dek de bezoekers van een tapje of een glaasje fris voorzag. Al enkele jaren achtereen is de boomkorkotter GO-48 onderdeel van het programma tijdens de Mosseldag. Iedereen kon een kijkje nemen aan boord. Het hoogtepunt van de Mosseldag was de vlootschouw. Vanaf twee uur ’s middags stoomden de eerste mosselkotters met veel gevoel voor spektakel het Zijpe op. Elk passerend zeilbootje of plezierjacht kon niet ontkomen aan de fikse boeggolven van de feestelijk getooide en op volle kracht varende kotters. De mosselkwekers konden aan het eind van de dag terugkijken op een geslaagde vorm van mosselpromotie. Kotters in problemen door tekort aan schol deze manier konden kapitaalkrachtige bedrijven investeren in quota. Met het slinken van de scholquota zijn dus ook de individuele scholcontingenten geslonken en de prijzen opgedreven, waardoor men steeds dieper in de buidel moet tasten om het bedrijf voort te kunnen zetten. Had een visserijbedrijf negen jaar geleden nog bijna driehonderd ton schol tot zijn beschikking, dan is dat anno 2004 gekelderd naar krap honderd ton. Op basis van 44 reizen per jaar betekent dat ongeveer 55 kisten per reis. Met de huidige scholprijs en de hoge brandstofprijs is dat zeker geen luxe. Het baart de visserijorganisaties zorgen omdat de gezondheid van de sector op het spel staat. UK-153 vist met elektrische boomkor op platvis In de laatste week van juli heeft de boomkorkotter UK- 153 van rederij Orion uit Urk de eerste korte reisjes met de elektrische boomkor gemaakt. De resultaten waren bevredigend, maar er moesten zo nu en dan wat kinderziektes opgelost worden. De eerste trials waren nog te magertjes om een oordeel te kunnen geven. Op dit moment ligt de kotter in Scheveningen in verband met vakantie. Op maandag 16 augustus zal schipper Pieter Louwe van Slooten wederom met de zogenoemde pulskor op platvis gaan vissen. Er zijn overigens nogal wat weken van voorbereiding aan vooraf gegaan. In de maanden juni en juli lag de UK-153 in Stellendam voor de wal in verband met de aanpassingen voor het praktijkonderzoek met de pulskor. Van Slooten had al verwacht dat het allemaal zo veel werk zou opleveren. Patenthouder Verburg uit Colijnsplaat heeft de beide korren gereedgemaakt en Maaskant in Stellendam heeft een groot aandeel gehad in onder andere het aanleggen van de kabels en het plaatsen van een speciale achtermast. Het onderzoek met de pulskor vindt plaats in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij. Het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek en het LEI zijn er nauw bij betrokken. De komende weken zullen in de visserij vele ogen gericht zijn op de vangstresultaten van de UK-153. De UK-153 zal een jaar lang experimenteel met de pulskor vissen. (foto Willem den Heijer)

Binnenvaartkrant