Views
2 years ago

2003-08

  • Text
  • Binnenvaart
  • Schip
  • Jaar
  • April
  • Pompen
  • Rotterdam
  • Nieuwe
  • Pagina
  • Twee
  • Vlissingen

PAGINA 32 8 APRIL

PAGINA 32 8 APRIL 2003 WINCHES-GEARS-DECKEQUIPMENT Ridderinkhof B.V. Industrieweg 7 8061 RB Hasselt tel. +31 (0)38 477 20 21 fax. +31 (0)38 477 33 92 e-mail: info@ridderinkhof.nl internet: www.ridderinkhof.nl 103 jaar ervaring in: - sleeplieren - ankerbehandelingslieren - baggerlieren - Ankerlieren - kaapstanders - visserijlieren - etc. Wij leveren u nieuwbouwschepen: Damen River Liners Types Damen River Liner 9.00, 9.50, 10.50, 11.45 REPARATIE - OMBOUW - NIEUWBOUW van alle soorten binnenschepen. De afbouw van het mts Vlissingen kwam aan onze werf tot stand. Wij wensen Verenigde Tankrederij B.V. een behouden vaart. Bodewes binnenvaart b.v. Postbus 35, 6566 ZG Millingen a/d Rijn Tel.: 0481-438238, Fax 0481-433166

PAGINA 33 8 APRIL 2003 Johan Groenewold: ’Ik ben en blijf een oud-sleepbootkapitein’ In de binnenvaart zijn er maar weinig mensen die Johan Groenewold niet kennen. Vanwege de diverse bestuurlijke functies die hij binnen deze bedrijfstak bekleedt, leest men regelmatig over hem en hoort men vaak van hem in de media. We mochten middels een van onze ontmoetingen op de brug nader kennis maken met deze autoriteit in de binnenvaart en zijn visies horen over de meest uiteenlopende zaken. De binnenvaart als zodanig is voor Johan Groenewold bepaald niet vreemd. Dat is helemaal niet verwonderlijk als men bedenkt dat hij zijn hele leven al van doen heeft gehad met deze bedrijfstak. Zijn wieg stond in het Groningse, waar hij aan boord van een sleepboot het levenslicht zag. Want hij stamt uit een echte sleepbotenfamilie. ‘Mijn vader had drie sleepboten,’ begint Groenewold zijn verhaal. ‘Dat waren de Ameland, de Anna en de Campen. Aan boord van de Anna ben ik in Delfzijl geboren, de plaats waar mijn vader zijn roots had. Maar ik groeide in Kampen op, want daar kwam mijn moeder vandaan. Mijn vader voer en mijn moeder woonde aan de wal. Mijn vader zat in de aannemerswerken, in de baggerwerken en verleende zo zijn diensten vaak bij de Zuiderzeewerken, in de Biesbosch en in Rotterdam.’ Rijkshavendienst Reeds als kind voer Groenewold veel met zijn vader mee. Alle mogelijke vrije dagen en vakanties was hij aan boord. En al heel jong stond voor hem als een paal boven water dat ook hij de binnenvaart in zou gaan. Echter, zijn ouders stuurden hem eerst naar de middelbare school en pas toen hij deze had voltooid, ging hij varen. ‘Zelf heb ik later met de Campen gevaren,’ aldus Groenewold. ‘En mijn vakopleiding voor de binnenvaart heb ik helemaal schriftelijk gedaan bij het KOF. Ik heb alle binnenvaartdiploma’s gehaald, tot en met het radardiploma toe. Later heb ik verschillende opleidingen en cursussen gedaan op het gebied van management en praktische psychologie.’ Tot zijn 27e voer hij op de Campen. ‘Daarna ben ik terechtgekomen bij de Rijkshavendienst in Rotterdam. Daar was ik successievelijk riviermeester, verkeersleider en coördinator. Ik heb bij die overheidsdienst dertien jaar gewerkt en kwam zo uiteindelijk in werk aan de wal terecht.’ Later werd Groenewold voorzitter en directeur van de Vereniging van sleep- en duwbooteigenaren Rijn en IJssel. ‘Dat werk combineer ik nu met de werkzaamheden als directeur-eigenaar van de Verenigde Tankrederij, want in 2000 heb ik de VT overgenomen. Momenteel hebben we bij de VT de beschikking over circa vijftig schepen, waarvan er 36 in eigendom zijn en er werken in totaal nu ongeveer 250 mensen bij de rederij. Gelukkig hebben we goed te varen.’ MTS Vlissingen Voorheen had de VT de tanker Vlissingen. Dat was de grootste binnenvaarttanker van Europa, maar die werd kort voordat Groenewold de rederij overnam, gesloopt. Het was een schip uit 1970. Donderdag 10 april wordt in Rotterdam een nieuwe Vlissingen gepresenteerd, die op zijn beurt weer de grootste binnenvaarttanker is. ‘Toen we deze grote nieuwe tanker gingen bouwen, lag er eens een keer opeens een memo op mijn bureau,’ vertelt Groenewold. ‘Daarin werd al onmiddellijk gesproken over de Vlissingen, want men was kennelijk nog vol van de oude Vlissingen. Dat was voor de rederij toch altijd wel het paradepaardje geweest. Dus toen het verder over het nieuwe schip ging, sprak men automatisch over de Vlissingen. En daarna was er dan ook geen haar meer op mijn hoofd die er over dacht om dat schip een andere naam aan te geven.’ ‘Onmiddellijk nadat ik de VT overgenomen had, was het plan voor dat nieuwe schip al geboren. De overname was op 11 augustus 2000 en in september hadden we reeds de eerste bespreking over de nieuwbouw.’ Naast zijn werk als directeureigenaar van de VT en voorzitter van Rijn en IJssel, vervult Groenewold diverse bestuursfuncties. ‘Dat zijn veelal afgeleide functies van het voorzitterschap van Rijn en IJssel. Daardoor ben ik onder meer bij het KOF terechtgekomen, eerst als examinator en later als voorzitter van de examencommissie.’ Verder is hij voorzitter van de Stichting Afvalstoffen Binnenvaart (SAB) en voorzitter van de afdeling Rotterdam van Koninklijke Schuttevaer. ‘Als zodanig heb ik veel overleg met het Gemeentelijk Havenbedrijf in Rotterdam. Eén keer in de twee maanden vergadert de Werkgroep Binnenvaart Rotterdam en daar zitten we dan bij als Schuttevaer en als Rijn en IJssel. Dat is een regulier overleg en dat loopt goed en als ertussendoor dingetjes zijn, gaat alles heel gemakkelijk via de e-mail heen en weer. Ja, ik vind dat een fantastisch medium en ik maak er ook veel gebruik van.’ Natuurlijk informeren we of Groenewold ook wat van doen heeft met de politiek. Daar doet hij niet aan. ‘Ik houd het wel in de peiling,’ geeft hij aan. ‘En men zei weleens tegen mij dat ik de politiek in had moeten gaan. Maar ik denk van niet; ik denk dat ik daar te rechtlijnig voor ben. En ik zou er ook echt geen tijd meer voor hebben.’ Loopt hij met zoveel diverse functies niet soms tegen problemen op? ‘Ik heb nooit moeite gehad om met zoveel petten tegelijk op te zitten, Johan Groenewold: ‘De binnenvaart moet meer als eenheid naar buiten treden.’ (foto Harrie van Eeuwijk) want ik zal nooit dingen doen die tegenstrijdige belangen in zich houden. Ik werd er wel eens voor gevraagd, maar dat heb ik toen geweigerd. En als ik merk dat iets indruist tegen mijn hoofdtaken of tegen mijn eigen filosofie, dan begin ik er niet aan. Ik kan me met onderwijs bemoeien, met zakelijke contracten, met allerlei dingen, maar altijd in het belang van de binnenvaart; dus immer voor het grote geheel.’ Konvooileider Nog steeds heeft Groenewold grote liefde voor het water. Met name komt dat tot uiting door zijn motorjacht, dat in Rhoon ligt en waarop hij, als het maar even kan, in het seizoen elk weekend samen met zijn vrouw verblijft. ‘Ook ben ik zelf ieder jaar, als zich dat voordoet, nog konvooileider bij de ijsbrekers op het IJsselmeer. Dan vaar ik op de voorste ijsbreker mee en leid ik dat hele konvooi. Mijn oude vak houd ik zo nog een beetje in ere, want ik ben en blijf een oud-sleepbootkapitein.’ Van oorsprong kwam Groenewold uit het noorden van het land. ‘Maar van lieverlee ben ik door mijn leven zuidelijker gegaan en nu woon ik in Ridderkerk.’ Voor onderwijs en opleidingen in de bedrijfstak heeft Groenewold grote belangstelling. Hij is voorzitter van de examencommissie voor de schippersdiploma’s en zit zo heel dicht bij het vuur. Het onlangs door een van de leden gehouden betoog dat de examenstof misschien meer afgestemd zou moeten worden op allerlei praktijkzaken, kan hij best onderstrepen. ‘Je zou bij een modernere opleiding en examinering misschien meer gebruik moeten gaan maken van simulators,’ merkt hij daarover op. ‘Maar van de andere kant moet je ook beseffen dat daar een behoorlijk prijskaartje aan hangt. Dan loop je er toch al gauw tegenop dat zo’n markt daar eigenlijk te klein voor is. Doch als ik zie dat in de zeevaart en op scholen gebruik gemaakt wordt van simulators, waarom zou je dan geen programma’s kunnen schrijven voor de binnenvaart. Dat zou ik graag zien.’ ‘Jaren geleden hebben we al eens met een werkgroep gekeken naar een modernere Johan Groenewold vorm van examineren in de praktijk. Het mooiste zou zijn om iemand aan boord van een schip te examineren. Maar een examen moet evenwichtig zijn en je kunt nooit voor iedereen dezelfde omstandigheden creëren. Je hebt diverse soorten schepen, diverse vaargebieden en diverse weersomstandigheden. Maar met een simulator kun je, wat die factoren betreft, veel doen.’ In het met een scheepje schuiven over een kaart blijft Groenewold mogelijkheden zien om kandidaten te toetsen op hun praktische vaardigheden. ‘Je kunt zo’n scheepje dan zien als een modern schip met een boegschroef en een hekschroef. Dus je kunt overal vragen over stellen. Want het gaat erom uit de man of de vrouw te krijgen dat je met iemand te doen hebt die verstand van zaken heeft, die weet waar hij of zij mee bezig is. En een verstandige examinator haalt dat er wel uit. Maar je moet dus wel je vragen aanpassen.’ Personeel Over heel wat zaken in de binnenvaart heeft Groenewold een duidelijke mening en hij draagt die ook zeker uit. Als de grote stroom nieuwbouwschepen aan de orde komt, geeft Groenewold aan dat men duidelijk moet blijven bezien straks geen grote overcapaciteit te hebben. ‘Dat gevaar zit er dik in. Men zal vooral in het bouwen van containerschepen de zaken goed in de peiling moeten houden. Ik denk wel dat het verstandig is dat men schepen bouwt, waar zowel containers als bulklading mee vervoerd kunnen worden. Je moet oppassen dat je niet een nieuwe overcapaciteit aan het creëren bent. Want het is natuurlijk niks als je straks nieuwe schepen moet gaan slopen.’ Ook personeelsvoorziening in de binnenvaart komt ter sprake. ‘Personeelsvoorziening in de binnenvaart is bepaald niet gemakkelijk. Het is niet zo moeilijk meer als een poosje geleden. Maar we moeten er hard aan blijven werken om een goede instroom te krijgen en om de mensen vast te houden. We hebben met de CAOpartijen onlangs een nieuwe CAO afgesloten voor drie jaar. Dat zijn goede zaken. Daar kun je ook geld in reserveren om aan goede opleidingen te doen. En sinds kort is er nu ook een onderwijscoördinator aangesteld, die probeert contacten te onderhouden met scholen en decanen.’ ‘Dat gaat allemaal uit van de Stichting CAO. En dat is een initiatief van de CAO-partijen; dus de werkgevers- en werknemersorganisaties. Dat is een heel goede zaak. Die onderwijscoördinator gaat proberen de zaken te bevorderen, op beurzen aanwezig te zijn, enzovoort. Zo wil men trachten vanuit eigen Nederlandse bodem meer mensen te krijgen die naar de bedrijfstak komen en daar moeten we oog voor blijven houden.’ (Lees verder op pagina 34)

De Binnenvaartkrant