Views
2 years ago

2017-25

  • Text
  • Schip
  • Binnenvaart
  • December
  • Schepen
  • Jaar
  • Binnenvaartkrant
  • Meter
  • Goede
  • Eerste
  • Twee

De Binnenvaartkrant 34 5

De Binnenvaartkrant 34 5 december 2017 Royal Bodewes bouwt zelflossende cementcarrier DOOR JAN JOHAN TEN HAVE Met de bouw van zelflossende cementcarriers heeft Royal Bodewes uit Hoogezand een nichemarkt betreden. Na oplevering van de Furuvik begin dit jaar staat voor januari 2018 de oplevering van nummer twee op de planning: de Cymbidium. Momenteel wordt aan de kade van de Groninger werf in het Duitse Papenburg de laatste hand gelegd aan dit schip, dat is genoemd naar een Columbiaanse bloem. (foto’s Jan Johan ten Have) De mondiale markt van zelflossende cementschepen is een relatief kleine. Martijn Beunk van Royal Bodewes schat dat er momenteel zo’n honderd zelflossers van cement de wereldzeeën bevaren. En in heel Europa zijn er slechts vijf rederijen die vijf of meer zelflossende cementcarriers berederen. Desondanks ziet Royal Bodewes kansen. Beunk: “De gemiddelde leeftijd van deze vloot is hoog. Wij zien een vervangingsvraag ontstaan, waarop wij anticiperen door ons te specialiseren." "Wij onderscheiden ons in deze markt met fit-to-purpose-schepen. Waar met name in Azië bulkcarriers worden omgebouwd voor dit doel, profileren wij ons met volledig klantspecifieke zelflossers. Voor reders met een krachtige langetermijnvisie biedt dit kansen. Want tegenover een iets hogere investering staan aanzienlijk lagere onderhoudskosten en een behoorlijk langere levensduur. Wij bouwen deze schepen voor minimaal dertig jaar.” Dankzij de doelgerichte bouw van de Bodewes Cement Carrier kon het schip worden ontwikkeld met een lager zwaartepunt. Daardoor ligt het voelbaar stabieler in het water. Bijkomend voordeel is dat deze nieuwbouw cementcarrier minder sterkte nodig heeft in de zijkasten, wat scheelt bij staalverbruik en gewicht en daarmee een positieve invloed heeft op laadvermogen en verbruik. Beunk: “Dit schip is zeer efficiënt want al het benodigde vermogen is geïntegreerd.” Caribisch gebied Royal Bodewes bouwt de Cymbidium in opdracht van Trans Atlantic Shipping (TAS), een joint venture van de Columbiaanse bouwgigant Cementos Argos en het Noorse Eureka Shipping, dat Ouder dan het Koninkrijk op zijn beurt weer deel uitmaakt van het deels Nederlandse SMT Shipping. Eureka Shipping gaat de beredering van de Cymbidium verzorgen en is samen met moederbedrijf SMT verantwoordelijk voor bouwbegeleiding en technisch management. TAS laat dit schip bouwen vanwege de aantrekkende economie en bouwbehoefte in het Caribisch gebied. Eureka Shipping was ook de opdrachtgever voor de eerder opgeleverde Furuvik. Beunk: “Dit is een organisatie waarvoor wij inmiddels meerdere schepen bouwden en in de toekomst nog meer schepen hopen te mogen bouwen. De samenwerking met de Noors- Nederlandse opdrachtgever verliep heel prettig.” Kostenbesparing Royal Bodewes onderscheidt zich in de markt als kennisorganisatie. “Wij werken zeer praktijkgericht en hebben voeling met het dagelijks werk aan boord, onder meer door contacten te onderhouden met de reders die met onze schepen varen”, vertelt Beunk. “Zo kunnen wij opdrachtgevers goed adviseren over de voor- en nadelendelen van bepaalde investeringen en heel praktijkgericht bepaalde ontwikkelingen in gang zetten. Wij hebben goed inzicht in de bouw, onderhoud en resultaat van de schepen die wij bouwen.” Een sprekend voorbeeld is de scherpe Groot cross-bow die in opdracht van Royal Bodewes is ontwikkeld en inmiddels zijn positieve effect op meerdere schepen heeft bewezen. Dankzij wave piercing snijdt dit schip door de golven, wat een reductie van benodigd hoofdmotorvermogen tot gevolg heeft. Hierdoor zijn de competentievereisten voor de ma- Royal Bodewes draagt als bedrijf sinds 2012 het koninklijke predicaat. Dat is voorbehouden aan bedrijven van honderd jaar of ouder. Voor Royal Bodewes – in de volksmond ‘de Bodeweswerf’ – geldt dit al meer dan een eeuw. De oprichting van de werf door Gerardus Bodewes gebeurde in 1812, dus meer dan 200 jaar geleden. De werf is dus zelfs ouder dan het Koninkrijk der Nederlanden zelf, dat pas drie jaar later (in 1815) het levenslicht zag. Wij feliciteren Eureka Shipping van harte met coaster Cymbidium DE BINNEN VAART KRANT

De Binnenvaartkrant 35 5 december 2017 Cymbidium chinisten lager dan bij vergelijkbare schepen, wat een noemenswaardige kostenbesparing inhoudt. Naast de cross-bow hebben ook de stroomlijn van het onderwaterschip en de straalbuizen voor meer stuw en rendement een positieve invloed op het geringe benodigde motorvermogen, gunstige verbruik en lage emissies. Dit strookt volledig met het credo van de werf: the less you burn, the more you earn. Het schip wordt aangedreven door een 2999 kW sterke MaK 6M32 hoofdmotor. Deze blijft heel bewust exact beneden de grens van 3.000 kW. Bijkomend voordeel van de stroomlijn en cross-bow is de betere ligging in het water; dus meer comfort voor het varend personeel en meer veiligheid voor schip en lading in zware weersomstandigheden. Zelflosser Bovendien is de expected time of arrival (ETA) met grotere nauwkeurigheid vast te stellen, wat een positief effect heeft op de concurrentiepositie van dit schip. Het casco van de Cymbidium is gebouwd op de Partner Shipyard in het Poolse Stettin. Royal Bodewes liet het casco in Polen bouwen omdat de eigen werf in Hoogezand helemaal vol zit. Als zelflosser gaat de Cymbidium veelal varen naar bouwlocaties waar zich geen laad- en losfaciliteiten bevinden. Aan boord zijn alle voorzieningen aanwezig voor zowel pneumatisch als mechanisch lossen, onder meer een losarm voor overslag op vrachtwagens. Dit zelflossend vermogen in combinatie met de beperkte lengte maken de Cymbidium tot een zeer praktisch schip, dat op vele plaatsen inzetbaar is. In tegenstelling tot zusterschip Furuvik beschikt de Cymbidium over twee lospompen om voorbereid te zijn op locaties met dubbele losmogelijkheid, dit om de lostijd te beperken. Ook is het schip Royal Bodewes Afbouw casco en projectbegeleiding. C-Nautical - Frequentiegestuurde auto-tensioning ankerlieren; - Kettingstoppers; - Frequentiegestuurde auto-tensioning verhaallieren; - Ankers; - Ankerkettingen; 15 meter langer, waardoor het een behoorlijk groter laadvermogen heeft: zo’n 7.500 ton. Aan coaster Cymbidium leverden o.a.: - Bolders; - Panama chocks; - Warping rollers en hawser rollers. Lloyd’s Register EMEA Gecertificeerd en geklasseerd. Radio Holland Netherlands B.V. Communicatie en navigatie. Wolfard & Wessels Werktuigbouw B.V. Leidingwerk voor de machinekamer en de inbouw van dit leidingwerk. DE VOLLEDIGE LIJST VINDT U OP VLOOTSCHOUW.NL Havengeld Rotterdam jaarlijks 1 procent hoger De haventarieven voor Rotterdam stijgen de komende drie jaar telkens met 1 procent. Dat heeft Havenbedrijf Rotterdam bekendgemaakt. Het vastleggen van de tariefsontwikkeling voor drie jaar heeft de afgelopen periode veel helderheid gegeven aan de markt, vindt het Havenbedrijf Rotterdam. Daarom heeft het na overleg met Deltalinqs, VRC en VNPI wederom een meerjarige periode afgesproken. “Met deze behoudende tariefontwikkeling zet Rotterdam in op concurrerende tarieven met de omliggende zeehavens.” Voor de binnenvaart nemen de tarieven met 1 procent per jaar toe. Daarnaast gaat het Havenbedrijf Rotterdam het systeem moderniseren zodat het gebruiksgemak groter wordt. Het Havenbedrijf handhaaft de specifieke maatregelen om de Rotterdamse positie als containerhub te versterken. De haventarieven voor tankers met ruwe olie worden, net als in de voorgaande periode, ook de komende jaren 1,5 procent onder de algemene stijging vastgesteld. Hiermee wordt het verschil in haventarieven met minerale olieproducten verder verkleind. De tarieven gelden voor de zeehavens van Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Dordrecht en Moerdijk. In 2016 ontving het Havenbedrijf 295 miljoen euro aan zeehavengeld en 14 miljoen aan binnenhavengeld. De andere grote inkomstenbron van het Havenbedrijf is de verhuur en erfpacht van terreinen. Dat levert 349 miljoen euro per jaar op. Verlaat saluut aan de bouwers van het schip der gelukkige zieken DOOR FRANK ANTONIE VAN ALPHEN Van 1973 tot 1985 was Bas van der Hoeven als monteur en bankwerker werkzaam bij Scheepswerf Bodewes in Millingen (die overigens niets te maken had met Royal Bodewes uit Hoogezand). “Ik deed leidingwerk, bouwde motoren in en ging bijna altijd mee op proefvaart.” Daarna ging hij aan de slag als journalist voor dagblad de Gelderlander. Regelmatig levert hij een bijdrage aan dorpskroniek het Millings Jaarboek. “Mijn verhaal voor het jaarboek is ditmaal een verlaat saluut aan de harde werkers bij Bodewes. Zoals mijn vader, die ook Bas heette. Hij was daar meer dan vijftig jaar werkzaam. Het is een ode aan het vakmanschap van een werf.” En het verhaal van de bouw van een legendarisch hospitaalschip: Het korte maar roerige bestaan van de eerste J. Henry Dunant. Van der Hoeven: “Het was uniek een schip te bouwen dat met chronisch zieken zou gaan rondvaren. Van over de gehele globe kwamen wereldleiders dat concept bekijken. Tot in Thailand wilden ze zo’n schip hebben.” Een arts in Hengelo, Francois Delhez, behandelde veel chronisch zieken. Mensen die hun hele leven op een kamertje lagen met uitzicht op een blinde muur. Deze arts vond dat dat zo niet langer kon. Hij bedacht hoe het zou zijn zieke mensen op een schip rond te varen om hen, vanuit het ziekbed, het verglijdende, Nederlandse landschap te laten zien. Het plan kwam van de grond door de watersnood in Zeeland. Het Rode Kruis wilde een schip hebben om ter plekke van een rampgebied meteen slachtoffers te kunnen verplegen en opereren. Dat plan werd gerealiseerd: 64,76 meter lang en 7,99 meter breed. Kosten: niet meer dan 1,5 miljoen gulden. Bodewes kreeg de opdracht om dat schip te bouwen. Van der Hoeven: “Omdat bijvoorbeeld van de daar gebouwde sleepboten 41 stuks in Rotterdam rondvoeren. Bodewes had een goede naam in het westen van het land. Met het jaar 1973 als piek in de opdrachtenportefeuille, een jaar na de laatste reis van de J. Henry Dunant I.” Janken van geluk De ex-werfarbeider haalt foto’s tevoorschijn van de eerste Henry Dunant. “Je kunt zien hoe je vanuit het ziekbed zo tegen de stalen spanten in het plafond aankeek. Er was geen isolatie of niks.” De patiënten gingen later ‘gasten’ heten. In 1959 werd het schip in de vaart gebracht. Ondanks de sobere voorzieningen “lagen de zieken in bed te janken van geluk”. Verslaggever Vic Langenhoff van De Tijd-Maasbode voer mee en sprak van “een schip vol gelukkige zieken”. Van der Hoeven: “Dat Bodewes die klus kreeg klinkt romantisch. Maar het werfpersoneel verdiende in Millingen 25 tot 30 procent minder dan in Rotterdam.” Ja, dan geniet je wel aanzien in het westen. Vooral bij de investeerders in de scheepsbouw. “Als het personeel uit de Maasstad terugkwam en over het loon bij Bodewes’ boekhouder klaagde, sprak deze de legendarische woorden: ‘Ja, maar jullie hebben hier in Millingen toch een moestuin?’ Op die manier mocht je volgens Bas van der Hoeven: In Millingen waren ze niet trots op de bouw van de Henry Dunant – wat ik raar vind.” (foto Manon Bruininga) de man van de cijfers dan wel een centje uitsparen, als de groentenboer in je achtertuin werkte.” Niet trots Ondanks de lage lonen en dus dito kosten, werden de Henry Dunant II en III niet in het dorp aan de Rijn gebouwd. De laatste versie van het hospitaalschip komt van De Hoop in Lobith vandaan. “In Millingen waren ze niet trots op de bouw van de Henry Dunant – wat ik raar vind. De bewoners hier zijn nooit trots op de werf geweest. Want je ging schoon de deur uit en kwam vies weer thuis. Op de werf kon je je niet fatsoenlijk verschonen. Dat moest je thuis doen. Daar zei je familie dan ook nog eens: ‘Ga maar op het belastingkantoor werken. Dan heb je het veel beter.’ Het werfvolk had geen aanzien in het dorp als ze vuil van het vet over de dijk fietsten.” Achteraf mogen ze trots zijn op de bouw van ‘hun’ Henry Dunant. Ondermeer dankzij Van der Hoevens bijdrage aan het Millings Jaarboek. De bewoners van Millingen zullen nog een traantje wegpinken als ze denken aan hun vader die er in het hardwerkende vroeger voor zorgde dat er brood op de plank kwam. Of dat nou door vuile of schone handen op tafel werd gezet. Het ‘Millings Jaarboek’ is te koop voor 17,50 euro. Kijk op www.millingsjaarboek.nl.

Binnenvaartkrant