Views
3 years ago

2010-07

  • Text
  • Binnenvaart
  • Maart
  • Binnenvaartkrant
  • Jaar
  • Behouden
  • Schip
  • Wensen
  • Nieuwe
  • Moeten
  • Schepen

De Binnenvaartkrant 66

De Binnenvaartkrant 66 30 maart 2010 Wij feliciteren Odiseg Shipping B.V. van harte met het ms Odiseg. DutchShippingroup G. van Dreumel Tegelwerken Voor al uw keramisch- en natuursteenwerk

De Binnenvaartkrant 67 30 maart 2010 Schippers van een gedempte haven DOOR JAN HOEK George Snijder heeft een aantal jaren onderzoek gedaan naar de scheepvaart, de schippers en de schepen van ’s Gravenmoer. Hij heeft hierover het boek ‘Schippers van een gedempte haven, scheepvaart van ’s Gravenmoer 1800-1950’ geschreven. Het boek beschrijft de geschiedenis van de haven van het dorp, de scheepsbouw en scheepvaart van een groot aantal schippersfamilies. De auteur uit Alphen aan den Rijn gaat ook uitgebreid in op de binnenvaart in dit deel van Noord- Brabant. Ruim 400 afbeeldingen, waaronder veel voor het merendeel nooit eerder gepubliceerde foto’s illustreren het 320 pagina’s dikke boek, dat een register bevat op familie- en scheepsnaam. Op zijn in de Tilburgse Piushaven afgemeerde tjalk Aeolus vertelt Snijder over ’s Gravenmoer en zijn boek. Het kleine dorp ’s Gravenmoer ligt niet meer aan bevaarbaar water, maar het heeft wel degelijk een rijk scheepvaartverleden. In 1926 stonden maar liefst 55 stalen schepen uit ’s Gravenmoer ingeschreven in het Rijnregister. Bekende schippersnamen als Kielen, Faro, Mouthaan en Blom komen in het boek voor. De scheepvaart ontstond door de turfwinning en later ook ander vrachtvervoer, met name van landbouwproducten zoals hooi. Rond de eeuwwisseling is het druk met zogenaamde beerscheepjes. Veel ’s Gravenmoerse gezinnen verdienen hun brood in de binnenvaart. Op het hoogtepunt werkt 40 procent van de beroepsbevolking in de scheepvaart. In de eerste helft van de 20e eeuw verhuizen de schippersfamilies uit het dorp, de scheepswerf gaat failliet, de schepen worden te groot voor de haven en het onderhoud van haven en vaart wordt te duur voor het dorp. Menselijke kant Het boek gaat zeker niet alleen over de cijfers, maar vooral over de menselijke kant van de scheepvaart. Naast uitgebreid archiefonderzoek, onder andere in het Regionaal Archief in Tilburg (waar het archief van ’s Gravenmoer is opgeslagen) en in de collecties van het Maritiem Museum in Rotterdam, heeft George Snijder gesprekken gevoerd met een groot aantal nakomelingen van schippers. George Snijder heeft voor zijn boek veel tot nu toe onbekende foto’s gebruikt. De basis voor de scheepvaart in de Langstraat is gelegd door de turfwinning. Sporen daarvan zijn nog te vinden, zoals tussen Waalwijk en Sprang: smalle landpercelen en veel slootjes. Veel daarvan is inmiddels door de herverkaveling verdwenen. Kleine houten bootjes werden gebruikt om de turf af te voeren. George Snijder vertelt: “In ‘s Gravenmoer werd het scheepstype geubel gebruikt. Nadat het niet meer rendabel was om turf te winnen, bleek de grond erg geschikt om als grasland te dienen, wat zeer goed ’s Gravenmoer had tot 1910 een eigen scheepswerf. hooi opleverde. Hooi, dat nodig was om de vele paarden te voeren die voor het vervoer over land zorgden, in het leger werden gebruikt en natuurlijk in de landbouw werkten. Bij de verschillende haventjes tussen Waspik en Waalwijk, maar ook in bijvoorbeeld Dongen, Raamsdonksveer en ‘s Gravenmoer werden hooipersen gebouwd. Het hooi werd in pakken geperst waardoor het makkelijker te vervoeren was.” “Aan de haven van het dorp lag de scheepswerf van Tak, waar sinds 1899 ijzeren schepen werden gebouwd. Vóór die tijd werden er houten schepen gerepareerd en onderhouden, maar ook Duitse houten casco’s afgebouwd.” “De beroemde ‘s Gravenmoerse aak heeft als scheepstype de naam van het dorp wereldberoemd gemaakt in Nederland. De werf ging in 1910 failliet en de familie Tak verhuisde naar Geertruidenberg, waar zij de basis legde voor de werf van Nederlof en later een jachtwerf in Raamsdonskveer begon.” Aan boord wonen Er ontstond een tweedeling in schippers en schepen. Gedurende de tweede helft van de 19e eeuw moest de scheepvaart de concurrentie aangaan met de spoorwegen. De schepen werden groter, er werd ijzer toegepast en de stoommachine kwam in zwang om schepen onafhankelijk te maken van de wind. Ook kwam via de Rijn de handel met Duitsland op; uit het Ruhrgebied werd steenkool gehaald om in de energiebehoefte van de ontwikkelende industrie te voorzien. Snijder vervolgt zijn verhaal: “Een deel van de schippers uit de Langstraat gaat aan boord wonen: de schepen worden groter zodat er makkelijker op gewoond kan worden, de reizen worden langer en uiteraard is het goedkoper om het gezin mee te laten werken dan om personeel in te huren.” “Na de Eerste Wereldoorlog vertrokken deze schippersfamilies uit ‘s Gravenmoer om zich te vestigen in Dordrecht en Rotterdam en zo dichter bij het vrachtaanbod te zijn. Afstammelingen van die families varen nog steeds in de Nederlandse binnenvaart rond, net als hun schepen. Een aantal schepen, gebouwd voor ‘s Gravenmoerse schippers in het dorp zelf, maar ook in bijvoorbeeld Waspik bij Ruijtenberg en De schepen werden groter en men ging aan boord wonen. Van de Rijke, varen nu nog steeds rond. Sommige nog steeds als vrachtschip, andere gerestaureerd als charterschip, onderdeel van het varend erfgoed van Nederland.” Uitwerpselen “Een klein aantal schippersfamilies maakte de stap naar grotere schepen niet, maar bleef tot de dertiger jaren van de vorige eeuw met scheepjes van 10 tot 25 ton vanuit ‘s Gravenmoer varen. Eerst nog als beerschipper, menselijke uitwerpselen ophalend uit de omringende steden, waarmee de boeren hun akkers bemestten.” “Wanneer de rioleringen zijn aangelegd en de kunstmest in ingevoerd, schakelen die schippers over op bouwmaterialen; zand en grind bijvoorbeeld. In de Tweede Wereldoorlog liggen de havens in de Langstraat nog vol schepen, in afwachting van de bevrijding.” “Na de Tweede Wereldoorlog neemt het waterschap de haven van ‘s Gravenmoer voor 1 gulden over en worden de haven en de Oude Vaart, de verbinding van de haven naar de Donge gedempt en herinnert alleen het straatnaambordje ‘Havenkade’ aan de scheepvaart. De haven is een plantsoentje geworden.” Het boek is niet in de boekhandel te koop, maar alleen via de auteur verkrijgbaar. Voor vragen en bestellingen: telefoon: 0647 02 26 31, e-mail: aeolus@shipmail.nl. Wij wensen Odiseg Shipping B.V. met het ms Odiseg BEHOUDEN VAART Voor het ms Odiseg leverden wij: 2 x Mitsubishi S12A2-C2MPTK, 862 pk, 1940 rpm. •Verkoop •Inbouw •Service Frankepad 1, Hendrik Ido Ambacht Tel. 078 68 131 27 Fax 078 68 120 25 info@koedood.nl / www.koedood.nl Distributeur van Mitsubishi dieselmotoren

Binnenvaartkrant