Views
3 years ago

2009-04

  • Text
  • Schip
  • Februari
  • Binnenvaartkrant
  • Matroos
  • Nieuwe
  • Rotterdam
  • Jaar
  • Binnenvaart
  • Wensen
  • Behouden

De Binnenvaartkrant 52

De Binnenvaartkrant 52 10 februari 2009 Wij feliciteren Matthias Haak van harte met het kvb Hanseatic. G. van Dreumel Tegelwerken Voor al uw keramisch- en natuursteenwerk

De Binnenvaartkrant 53 10 februari 2009 Heini Bauer 25 jaar ‘Oberrheinlotse’ DOOR JOHAN DE WITTE Rheinmunster Greffern: onze bestemming wordt gemarkeerd door een vlaggenmast waarin de Hollandse driekleur wappert. Een onvervalst maritiem saluut, een gebaar van respect en welkom. Er is schoon schip gemaakt, het dek is droog en het koper gepoetst aan de Fliederweg in Greffern. We zijn op bezoek bij het bovenrijnloodsechtpaar Heini en Hilde Bauer. Elk begin heeft een eind. Het wordt zachtjesaan welletjes na 25 jaar. Een paar klappen minder op de regulateur. Begin 2010 is Heini Bauer 72 jaar en dan gaat hij definitief voor anker. In 1984 begon hij als collega van Heinz Gerd. Nadien kwamen Edgar Kiefer, Weissenburger, Schaad, Zimmerman en Horn (met excuus aan al die andere loodsen). Hij was destijds niet onvoorbereid; de loop van de Rijn zat als een veel gelezen boek opgeslagen in zijn hoofd. Het begon als Schiffsjunge – de status van Schmelzer wasalgepasseerd – en op het voordek met de slagaard leerde Heini wat discipline was. Niet goed wenken naar de kapitein, waardoor die de code van de diepgang niet begreep, leverde een pak op zijn donder op. “En toch was je trots wanneer je op zo’n reis ergens ten anker ging en bijvoorbeeld pas rond middernacht klaar was met het wisselen van een 545 Deutz-cilinderkop. Bij een reguliere revisie in Mannheim keek je als het ware de monteurs de machinekamer uit.” Aan boord bij kapitein Tjipke Feenstra lag hij onder de Wantzenau voor anker, vrouw Feenstra kwam naar voren en zei tegen Heini: “Tjipke moet naar een ziekenhuis.” Anker op en naar Kehl. Maar Feenstra wilde alleen in Basel naar een ziekenhuis, en dat gebeurde. Na een aantal dagen overleed de kapitein. Zijn loden kist werd op de luiken geplaatst en Heini kreeg opdracht van de firma Tjipke Feenstra en zijn vrouw naar Rotterdam te brengen. Hij was toen nauwelijks 22 jaar. Piz Roseg Vanaf de Volksschule in 1953 stond Heini aan dek van de sleepboot Lällekonig. In 1955 werd hij matroos op de Piz Palu, drie jaar later kwam hij aan boord van de middelbrugger Piz La Margna (met tweemaal 750 MWM) bij de Luxemburgse kapitein J.P. Kiefer. Van kapitein Kiefer leerde hij varen, een man die correct was voor zijn personeel, die je uitdaagde aan het roer, maar je tegelijk de knepen van het vak bijbracht. “Wanneer je een volgende reis dezelfde Strecke voer zonder commentaar, wist je dat het goed was.” In 1961 haalde hij zijn patent en hij werd een half jaar lang afloskapitein, voordat hij op de Carl Geldner aan het roer stond. In hetzelfde jaar ontmoette hij zijn Hilde. Zij kwam uit een ondernemersfamilie in de fruithandel. Het paar trouwde en een tijdje later kwamen Bettina, Heini en Hilde Bauer. (foto Johan de Witte) Hans-Peter en Joachim. De opgroeiende kinderen vereisten zijn aandacht en hij koos er wat jaren later voor om met de Friedrich Philipp grind van Selz naar Schierstein en Kelsterbach te varen zodat hij meer thuis kon zijn. Voordat Heini opnieuw op de loonlijst bij Bragtank stond, hielp hij zijn schoonvader nog een jaar als chauffeur op een fruitwagen waarmee hij van Berlijn via Hamburg naar Spanje reed. Daarna twaalf jaar kapitein op de Piz Roseg. Het was zijn laatste schip bij de firma. In 1984 werd hij loods. In de beginperiode was er niet voldoende te loodsen. Twee jaar lang werkte hij samen met Heinz Gerd, in 1985 kwam Edgar Kiefer erbij. Langzaam werd de klantenkring uitgebreid. Tussendoor losten de mannen onder andere af op schepen zoals de Tim, Norma of Sayonara. De Danser-containerschepen werden vaste klant. Hein Danser zei: “Zolang ik schepen heb, ben jij de loods.” En nog steeds schakelt de containerrederij Heini Bauer in. Langzaam werd er meer en meer op de inzet van de loodsen gerekend en Hilde Bauer voer bij slecht weer of mist in gedachten ook een beetje mee. Immers, zij wist van de hoed en de rand na jaren contact via de telefoon. Soms belde men al vanuit Lobith,om te zeggen: “Ik kom eraan.” Velen hadden een vaste tour. Vaste loodsen of voorkeur. De schepen lagen in Wörth of ergens onderweg. Heini: “Als ‘s nachts de fakkel van de Karlsruhe-raffinaderij – met 5 kilometer – op je af kwam, duurden de uren lang. Als je dan de haven binnenliep, zwaaiden er al koplampen over het water met ‘ik ben er’ als boodschap.” ADAC van de Oberrhein “In het begin”, vertelt Hilde, “wist ik al die havens of firma’s niet te vinden. Het is gebeurd dat ik bij het Kraftwerk moest zijn, echter in de Freudenstrasse terechtkwam of dat ik naar het station moest rijden en een taxi vóór liet rijden.” Het was vrijwel altijd nacht. Soms had ze twaalf schepen beloodst in 24 uur, zowel op- als afvarig. De contacten met particulieren waren zeer goed, de tijd zorgde ervoor dat veel klanten vrienden werden. ’s Ochtends vroeg nam ze naar sluis Iffezheim verse broodjes mee, of haar beroemde Schwarzwälder Torte. Een enkele keer ging het naar een station of naar de tandarts, een boodschap of met de dokter in de auto naar de sluis. Een turbulent leven, nooit zonder werk. Ze is dankbaar dat ze helpen kon. Hilde herkent de stemmen van inmiddels 150 klanten aan de telefoon. De ‘ADAC van de Oberrhein’ gaat zelden met vakantie, maar dat gaat veranderen in 2010. Een cruisereis langs de Noorse kust of in Holland op vakantie, dat zijn de plannen. Zomaar eens onverwacht bij vrienden op visite. Al zegt Heini met een lach: “Wat aan de voet van het Zwarte Woud is gegroeid, moet je niet te veel verplaatsen.” Puur loodsenwerk Er zijn maar weinig riviergedeelten waar zoveel sterke verhalen over zijn verteld als de Bovenrijn. Een rivier, zich altijd weer vernieuwend in de loop van de seizoenen, met zijn stroming, ondieptes, schoonheid en geschiedenis. De Bovenrijn werd vorige eeuw gedwongen in zijn loop. Onder andere sluis Kembs reguleerde de Rijn in 1936, kunstwerken als Neuhof (1972) en Gambsheim (1976) volgden. Beneden Iffezheim (1977) dwongen kribben de stroom in een vaargeul, verdiepten overlopen en gronden. Betonning, apparatuur en vele paardenkrachten in grotere schepen, vergemakkelijkten het varen. Loodsen waren niet langer vanzelfsprekend aan boord. Niettemin behield de Bovenrijn met zijn grilligheid en gevaar het respect van schippers. In Speyer van de 402 tot 403, Philipsburg tot voorbij de 390, langs Sondenheim en Leimersheim werden geen grappen gemaakt in de stuurhut. Dan kreeg je de oliehaven en Rappenwörth van 357 tot 358, Wantzenau en Kehlerhaven nog voor je kiezen. Daarna kwam je pas weer aan ontspanning toe. Aan Lauterburg op de 351.20 in de dalvaart machineuitval op de Denib van Boele en met een ankertje rond, dat was een circusnummer. Ergens rond in de Bovenrijn, achteruit een haven in of kop-voor, het waren spektakelstukken die een loods moest hebben voorgedaan alvorens je begreep dat het kon en jij het ook durfde. Tegenwoordig komt het voor: met 190 meter lang en 6000 ton te daal aan Leimersheim vierkant door hetgrind, gashandels onderin en met 6 kilometer er amper overheen schuiven. In Mannheim hoor je dan van je aflosser: “En, alles goed gegaan?” Er is wat afgetornt in de Bovenrijn. Ofschoon; tegen het vaarverbod met 1000 MWM in een Van Goor op zijn gat af door de Maxau, dat bracht bij de kapitein een grijns teweeg van oor tot oor. Evenals met hoogwater zo’n 30 kilometer te daal vanaf Ottmarsheim (1953). Roetdonker en stil was de nacht, uitgezonderd het ruisen van eeuwig rollend grind over de bodem, wanneer je na het anker presenteren de kooi indook. Overvallen door de mist een kilometertje of tien te daal, aan de nering van een krib of grond je koers bepalen, was puur loodsenwerk. Als een geestverschijning openbaarde zich soms een stukje havenmond of Rijn om zich daarna te verhullen, met achterlaten van de zenuwen, veelal in een te kleine stuurhut. Een bochtaanwijzer uit de dump was een hele luxe. Evenwel was de Maxauer brug op de eerste Kelvin Hughes ook een catastrofe. Mooie, spannende waterstanden die geld in het laatje brachten, maar ook zorgelijke reizen, die vaarwaterkennis vereisten. In december 1989 lichtte de aalschokker Heini in Wintersdorf op km 338.200 het anker, een teken dat het einde van een tijdperk inluidde. Oneerbiedig wordt de Oberrhein nu wel eens een uitgebouwde autobahn genoemd. Maxau 4.30 Wanneer we opstappen aan de Fliederweg gaat de telefoon: een koppelverband, morgen rond 10 uur te daal in Iffezheim. Sneeuw en regen melden de weerberichten. Maxauer pegel 4,30. Hilde brengt hem naar de sluis. De jaren zijn snel gegaan, het was mooi en allebei zouden ze het allemaal weer over willen doen. “Elke dag weer anders, met varenslieden omgaan. Gevraagd worden als loods was een bevestiging van je functioneren. Vroeger had je een haspel en de regulateur. Tegenwoordig vaar je met zeer modern materiaal. Echter de affiniteit met varen is onvergelijkbaar.” De instroom van jonge varenslui in het loodsencircuit stagneert al jaren door onregelmatige werktijden. Ze willen en hebben de luxe een andere baan te zoeken. Vroeger was er nauwelijks industrie boven Mannheim; alleen het water bood in veel plaatsen perspectief voor arbeid. Vandaag de dag zijn er nog 38 loodsen, van wie er tien jonger zijn dan 65 jaar. Sinds 1600 en wellicht veel eerder verhaalt de geschiedenis van loodsen op de Bovenrijn. Zolang er schepen varen en generaties zich verjongen, is vaarwaterkennis noodzakelijk in onze 24-uurseconomie. Zeker is dat de behoefte aan slaap blijft bestaan; dus voor de loodsen wordt het wakker blijven. HET SPEL "DE BINNENVAART" NU IN PRIJS VERLAAGD Voor slechts € 20,00* per stuk. Kijk op www.binnenvaartkrant.nl. *exclusief 19% btw en € 7,50 administratiekosten per spel

Binnenvaartkrant