Views
3 years ago

2005-08

  • Text
  • Jaar
  • April
  • Binnenvaart
  • Schip
  • Binnenvaartkrant
  • Nieuwe
  • Pagina
  • Rotterdam
  • Schepen
  • Behouden

DE BINNENVAARTKRANT

DE BINNENVAARTKRANT PAGINA 56 12 APRIL 2005 ’Jaar vertraging door laksheid gemeentelijk middenkader’ Rederij Stiphout na vier jaar terug op oude stek Te lang gewacht en zeker niet gezwegen, zonder meer verwacht en ook gekregen. Deze variant op het bekende gezegde is subliem van toepassing op Rederij Stiphout in Maastricht. De afgelopen weken is de verhuizing van de aanlegsteigers naar de oude stek tussen de St. Servaasbrug en de Wilhelminabrug voltooid. Maar wel een jaar later dan gepland. Het laatste woord daarover is nog niet gezegd. Ondanks de vertraging loopt Cees van Stiphout toch met een vergenoegde uitdrukking op zijn gezicht over de nieuwe (oude) locatie, die wordt gedomineerd door twee enorme luchtverversers van de onder het terrein gelegen tunnel. Cees van Stiphout heeft plannen om de luchtverversers, die lijken op schoorstenen van een oceaanstomer, te promoveren tot blikvangers. Door Jo Bindels De laatste weken is poot aan gespeeld om de steigers in positie te brengen. Cees deed een beroep op Midden-Limburgse experts. Ph. Tinnemans en Zn bouwde nog een ponton. Tjeu Melis uit Maasbracht bracht het ponton naar Maastricht en samen met Adrie van Bekkum uit Maasbracht verhuisde hij de steigers naar hun oude stek. Binnen een week was het karwei geklaard. Overigens moet Rederij van Stiphout is teruggekeerd op de oude stek tussen de St. Servaasbrug en de Wilhelminabrug. (foto Jo Bindels) er nog het een en ander gebeuren. Verbunt uit Maasbracht legt de laatste hand aan de conservering van de steigers en pontons. Het nieuwe ticketoffice is vorige week ingericht en inmiddels operationeel. Rest nog de inrichting van het terrein en de wandelpromenade en de afbouw en de opening van de brasserie Bonhomme. Bij de verhuizing naar de tijdelijke locatie nabij het O.L. Vrouwe Plein was Cees van Stiphout met de gemeente overeengekomen dat ‘tijdelijk’ drie jaar zou betekenen. De terugkeer naar de oude stek en de opening van de brasserie zouden eigenlijk al in maart 2004 moeten hebben plaatsgevonden. Dat het een jaar langer geduurd heeft wijt Cees van Stiphout voor een belangrijk deel aan de laksheid en desinteresse van het gemeentelijk middenkader. Bepaalde noodzakelijke infrastructurele werken lagen bijvoorbeeld meer dan een jaar stil. Van Stiphout: ’Niets dan lof over de medewerking van het gemeentebestuur van Maastricht en de inzet van de gemeentelijke medewerkers op de werkvloer. Maar het middenkader heeft het laten afweten. Door hun laksheid en desinteresse heeft de verhuizing terug naar de oude stek een jaar vertraging opgelopen, waardoor ik ook omzet ben misgelopen. Binnenkort ga ik met de gemeente om de tafel zitten om dit probleem te bespreken.’ Verwachtingen Hij blikt desondanks positief vooruit. Hij verwacht op jaarbasis twintig procent meer passagiers door de terugkeer naar de vertrouwde plek (honderd meter van de markt en 250 meter van het Vrijthof), in combinatie met de inrichting van de Maasboulevard als wandelgebied, de vestiging van Brasserie Bonhomme (die werkgelegenheid oplevert voor tien fulltime-medewerkers) en de autonome impulsbeslissingen van bezoekers en toeristen. Over twee jaar maakt hij de balans op of zijn verwachtingen zijn uitgekomen. De uitkomst is van belang voor een cruciale beslissing. Gaat Cees van Stiphout dan een nieuw schip bouwen van vijftig meter lengte en zo ja, wordt de vloot met dit schip uitgebreid van vier naar vijf schepen of gaat hij een van de bestaande schepen vervangen? Welke beslissing hij ook neemt, het betekent in elk geval uitbreiding van de capaciteit. Cees is zelf ook benieuwd welke cijfers er over twee jaar op zijn bureau liggen. Zijn optimisme over positieve resultaten is in ieder geval onmiskenbaar aanwezig. Berenicestraat 23, 6916 BS Tolkamer NL Postbus 4, 6915 ZG Tolkamer NL Tel.: (0031) 0316-541201 Fax: (0031) 0316-541448 HANDEL IN, AAN- EN VERKOOP VAN SCHEPEN- EN NIEUWBOUW CASCO’S Wij bouwden en leverden het casco en verzorgden het complete transport Familie Sakko veel succes en een behouden vaart met het ms Ina. Inlichtingen bij Rijndec bv. Th. Wennekes rijndec@worldonline.nl Tel.: 0316-541201 of Mobiel.: 06-51346969

DE BINNENVAARTKRANT PAGINA 57 Laatste Lowestoft-kotter naar Nederland In de jaren ‘60 en ‘70 telde Lowestoft tientallen zijtrawlers, later vervangen door en aangevuld met boomkorkotters. De laatste tien jaar is de lokale boomkorvloot van deze meest oostelijk gelegen vissersplaats van Engeland in aantal hard achteruit gehold. Op dit moment vist er nog slechts een handjevol staandwantkottertjes en kleinschalige vissersbootjes van onder de tien meter. De in Lowestoft gevestigde rederij Colne Shipping is na de verkoop van de laatste bokker, de LT-88 St. John, niet meer actief in de visserij. Deze in 1988 in Nederland voor Colne gebouwde boomkorkotter ligt momenteel in IJmuiden. Herbert Westerwal van het in IJmuiden gevestigde Westcoasting heeft zich ontfermd over de 36,50 meter lange bokker. Het quotum en de licentie van de LT-88 zijn verkocht aan Kavis uit Katwijk. Westcoasting heeft de LT-88 “in voorraad” genomen. Volgens Westerwal ligt de kotter te koop, maar door de verkoopprocedure van licentie en quotum, komt het schip eigenlijk pas rond juli beschikbaar. Vrijwel alle voorgaande bokkers van Colne zijn momenteel in handen van Hollandse schippers, die er uiteraard onder Britse vlag mee varen. 12 APRIL 2005 In de lokale krant van Lowestoft laten woordvoerders van de rederij weten dat ze geen kans meer zagen om de kotters rendabel in te zetten. De schepen waren vooral afhankelijk van scholvangsten en moesten daarvoor overweekse reizen maken. De Nederlanders vissen van zondagnacht tot vrijdag- of zaterdagmorgen. Volgens de Britse rederij boeken de Hollanders door hun werkwijze meer resultaat. Zij waren, zo stond in het artikel in de lokale krant van Lowestoft te lezen, in elk geval niet erg te spreken over de inzet van hun bemanningen. GO-58 gereed voor twinrigvisserij De laatste weken hebben nogal wat kotters gebruik gemaakt van het drijfdok van Maaskant Shipyards in Stellendam. Niet alleen grote bokkers stonden droog, maar ook kleinere vissersvaartuigen, zoals onder andere de GO-58 van Koos de Visser. Deze Eurokotter van de eerste generatie vist doorgaans voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust op platvis en gedurende het seizoen op garnalen. In het dok van Maaskant onderging de GO-58 behalve een inspectiebeurt aan het onderwaterschip ook een technische aanpassing voor de twinrigvisserij. Daartoe is onder andere een grotere nettentrommel aangebracht. In de laatste week van maart is de GO-58 voor het eerst vertrokken om met het twinrigtuig op onder andere Noorse kreeftjes te gaan vissen. Het is de eerste kotter uit Goedereede die zich bezig gaat houden met deze vorm van vissen. Vanuit andere vissersplaatsen, zoals Den Oever, is het twinriggen op kreeftjes geen uitzondering. Een groepje Wieringer kotters vist al jarenlang op Noorse kreeftjes. De GO-58 van Koos de Visser in het dok van Maaskant Shipyards in Stellendam. (foto Willem den Heijer) Tongquota voor kleine Britse vissersbootjes verruimd Engeland telt nog een behoorlijke vloot kleinschalige vissersbootjes van onder de tien meter die op professionele manier de visserij uitoefenen met onder andere staand want, beuglijnen en twinrig. Met name in het voorjaar en de zomer vissen deze bootjes op tong en andere soorten, zoals rog en makreel. De eigenaren van deze vissersbootjes hebben in februari te horen gekregen dat voor de ICES-gebieden VIIe (Westelijke Kanaal) en de Noordzee het tongquotum is verdubbeld. Voor het gebied VIIe gaat het quotum van tweehonderd naar vijfhonderd kilo per maand per schip en voor de Noordzee is dat van duizend naar tweeduizend kilo. De verruiming geldt voor de maanden april en mei. Het instellen van een maandquotum vond in augustus vorig jaar voor het eerst plaats nadat aanlandingen van tong bijzonder ruim waren. Het risico van een vroegtijdige sluiting van de tongvisserij was groot en omdat te voorkomen, stelde de regering een maandquotum in. De LT-88 St. John ligt in de haven van IJmuiden om opgeknapt te worden. (foto Willem den Heijer) Drie doden bij explosie op OD-1 Woensdagmiddag 6 april zijn bij een explosie aan boord van een vissersvaartuig drie opvarenden overleden. De OD-1 had honderd kilometer ten westen van IJmuiden een bom opgevist, die aan dek ontplofte. Twee van de slachtoffers sloegen door de explosie overboord. Hun lichamen zijn door andere schepen uit het water gehaald. De derde overleed aan boord van de OD-1 Maarten Jacob. Na de melding bij het Kustwachtcentrum spoedden de KNRM-reddingboot van IJmuiden, een Lynx-helikopter van de Koninklijke Marine, de offshore Sar-helikopter, een marineschip en het visserij-inspectievaartuig Barend Biesheuvel zich naar het vissersschip. Ook de GO-31 bood ter plaatse voor assistentie. De OD-1 was zwaar beschadigd, maar kon zelfstandig zijn thuisreis ondernemen. Drukte in werkhaven Bruinisse Een goedgevulde Bruse werkhaven zorgt bij Padmos voor veel werk. (foto Willem den Heijer) Aan de Britse oostkust zijn nog tientallen kleinschalige vissersscheepjes actief. (foto Willem den Heijer) In de laatste week van maart en de eerste week van april was het druk in de werkhaven van Bruinisse. Bij Padmos lagen onder andere de BRU-39 en de BRU-75. De BRU-39 Luctor van Jumelet onderging enkele onderhoudswerkzaamheden. De BRU-75 is door Padmos volledig geschikt gemaakt voor de oestervisserij. Dit scheepje voer vorig jaar als ZZ-19 van Praet en werd ingezet voor de handkokkelvisserij. Praet heeft de kotter verkocht en nu staat er dus BRU-75 op de boeg. Het betrof hier een behoorlijke klus, want voor de oestervisserij is het belangrijk dat aan dek de gewenste installaties opgesteld staan om de oesters op een vakkundige wijze te kunnen verwerken. In de hoek lag verder nog de GO-59 voor een ingrijpende verbouwing.

Binnenvaartkrant